De 23-jarige Mariska Mast uit Hoorn is in 2008 in Honduras ’zeer waarschijnlijk’ door een ongeluk om het leven gekomen en niet vermoord door de Australische duikinstructeur Dan Ross. Dat is de conclusie van een speciaal rechercheteam onder leiding van het Openbaar Ministerie (OM) Noord-Holland na zeven jaar onderzoek.
„Een misdrijf kunnen we nooit 100 procent uitsluiten”, vertelt teamleider Jos Peekel: „Ons onderzoek eindigt hiermee. We begrijpen dat dit zeer pijnlijk is voor de familie.” De nabestaanden van Mariska zijn woensdag door het OM op de hoogte gesteld van de conclusies van het onderzoek naar de mysterieuze omstandigheden waaronder de jonge vrouw om het leven kwam.
Vooral Mariska’s vader was ervan overtuigd dat zijn dochter was vermoord door haar duikleraar. Een klap met een barkruk zou haar fataal zijn geworden. Tijdens het onderzoek is voor moord geen enkel bewijs gevonden. „We hebben de doodsoorzaak niet kunnen vaststellen, maar het scenario van een noodlottig ongeluk is het meest waarschijnlijke”, aldus Peekel.
Het onderzoek is in 2017 – negen jaar na haar overlijden – opgestart op verzoek van haar vader. Het onderzoeksteam bestond uit experts in verschillende facetten van forensische opsporing; het heeft alle dossiers en verschillende sectierapporten nagelopen. Ook zijn getuigen gehoord. Opmerkelijk was dat er in Honduras twee totaal tegengestelde sectierapporten werden aangetroffen, wat het onderzoek bemoeilijkte.
„Wat we zeer betreuren, is dat we duikinstructeur Ross niet hebben kunnen spreken. Voor ons is hij nooit verdachte geweest, maar we hadden nog wel vragen. Bijvoorbeeld over wat er die nacht allemaal precies in zijn woning is gebeurd. Hij zegde onverwacht een afspraak voor een gesprek af. De begrijpelijke wens van de vader was dat er een verdachte zou worden veroordeeld. Maar dat was niet onze insteek, wij hebben alleen maar naar de feiten en de waarheid gezocht. En de meest waarschijnlijke waarheid is dat het een ongeval was”, vertelt Peekel.
De reislustige Mariska was aan het backpacken in Midden-Amerika. Ze kwam in Mexico een backpacker uit Oostenrijk tegen. De twee vrouwen reisden samen verder en gingen naar het eiland Roatán in Honduras omdat ze wilden leren duiken. Ze kregen les van Dan Ross bij een van de vele duikscholen op het eiland. Ross heeft zowel de Britse als de Australische nationaliteit. Tijdens het duiken zou Mariska hebben geklaagd over haar ademhaling. Volgens de onderzoekers was Mariska gecharmeerd van hem en is ze na een etentje met hem mee naar huis gegaan.
Peekel: „Wat in de woning precies is gebeurd, is niet helemaal duidelijk geworden. Wat we weten, is vooral op basis van verklaringen van Ross en een huisgenote. Mariska bleef slapen. ’s Nachts werd gerommel gehoord in de woning, hulpgeroep. De huisgenote zag Dan bij de deur staan van de badkamer. De badkamerdeur kreeg hij aanvankelijk niet open. Toen dat alsnog lukte, bleek Mariska erachter te staan. Ze viel met een klap voorover op haar gezicht. Mariska was zwaar gehavend, maar nog bij kennis. Ross en de huisgenote probeerden haar te reanimeren, tilden haar naar beneden, legden haar op een matras in een pick-uptruck en brachten haar naar het ziekenhuis. Daar constateerden de artsen dat ze al was overleden.”
Al snel werd Ross verdacht van een misdrijf. De politie arresteerde hem de volgende dag. Na vijf dagen in de cel mocht hij de resultaten van de autopsie afwachten. Hij moest zijn Australische paspoort inleveren, maar de politie wist niet dat hij nog een Brits paspoort had waarmee hij het land ontvluchtte.
De vlucht was niet heel opmerkelijk gezien de erbarmelijke omstandigheden in de gevangenis. Peekel: „Hij zat er met meerdere gevangen in de cel, zijn behoefte moest hij doen op een emmer. De collega’s van de duikschool hebben hem wat eten bezorgd, want er was niks.”
Alles wijst erop dat het onderzoek in de eerste fase ondermaats was. Wetende dat Mariska voorover is gevallen, zou een schedelfractuur op haar achterhoofd, zoals benoemd in een sectierapport, altijd een belangrijke aanwijzing zijn geweest dat ze mogelijk slachtoffer van een misdrijf was. Peekel: „Dat blijkt niet zo te zijn. We hebben nu onomstotelijk vastgesteld dat er geen sprake was van een schedelbreuk. Een schedelnaad, die we allemaal hebben, is daarvoor aangezien. Ten onrechte. En daarmee valt de voornaamste aanwijzing voor een misdrijf weg.”
Justitie onderzoekt regelmatig mysterieuze overlijdens of vermissingen in het buitenland. Dat zijn complexe onderzoeken omdat de beginfase door een ander team in een ander land wordt gedaan. Zo verdween in 2007 Rob Bouwmeester uit Bergen in Spanje onder mysterieuze omstandigheden. Hij is nooit teruggevonden. Er werd door zowel de politie in Spanje als in Nederland onderzoek gedaan, maar ook hier lijken missers in de beginfase funest te zijn geweest voor het onderzoek.
Bron: https://www.telegraaf.nl/nieuws/1195340780/mariska-mast-23-niet-vermoord-maar-verongelukt-we-begrijpen-dat-dit-pijnlijk-is-voor-de-familie