Het Openbaar Ministerie (OM) eist vier jaar gevangenisstraf en vier jaar rijontzegging voor een Utrechter die een jaar geleden op de A12 een zwaar ongeluk veroorzaakte waarbij een vriend die bij hem in de auto zat dodelijk gewond raakte. De 21-jarige B.A. reed veel te hard en was volgens het OM onder invloed van cannabis en lachgas toen hij bij Harmelen achter op een vrachtwagen botste.
De man staat ook terecht voor bezit van een grote hoeveelheid lachgas. Begin dit jaar werd hij bij drie verschillende gelegenheden aangehouden met in totaal 18 kilo lachgas in zijn auto.
Rond 05.30 uur in de vroege ochtend van vrijdag 3 oktober scheurde A. met minstens 149 kilometer per uur over de A12, waar op dat tijdstip 130 de maximumsnelheid is. In de kleine VW Up! zaten ook twee vrienden van hem. De verlichting langs de weg was aan en het zicht was goed.
Ze reden in de richting van Den Haag, maar bij Harmelen ging het vreselijk mis. De auto botste achter op een grote witte vrachtwagen, raakte van de weg en belandde 500 meter verderop in een sloot. De bestuurder raakte door zijn airbag gewond aan zijn gezicht en de bijrijder bleef vrijwel ongedeerd.
De vriend die op de achterbank zat was door de klap met zijn hoofd en schouders onder de bijrijdersstoel geschoven. Hij moest door de brandweer worden bevrijd. In UMC Utrecht bleek dat hij door de beknelling hersenletsel had opgelopen en ook zijn hart en longen hadden een klap te verduren gekregen. Twee dagen later overleed hij.
In de auto werden drie lachgascilinders en zwarte ballonnetjes aangetroffen, ook onder de bestuurdersstoel. A. had een paar zakjes met ballonnen in zijn vest, maar hield vol dat hij zelf niets had gebruikt. Hij zou enkel zijn overleden vriend hebben geholpen met het verkopen van lachgas. Wel gaf hij toe dat hij de avond ervoor had geblowd.
Na het ongeluk werd A. op 6 januari aangehouden met zes flessen lachgas in zijn auto. Op 10 januari vonden agenten bij een nachtelijke controle weer een lachgastank in zijn auto. Volgens A. was die enkel voor eigen gebruik.
Toen de agenten hem een half uur later weer zagen rijden bleek hij drie nieuwe lachgascilinders te hebben opgehaald. “Ik vond het zonde dat die ene fles was afgepakt, dus ben maar nieuwe gaan halen”, verklaarde hij. Hij wilde die samen met een vriend gebruiken. Op vragen van de politie antwoorde hij dat hij “best heel veel gebruikte en best heel lang”.
In de rechtszaal beweerde A. dat hij enkel na de dood van zijn vriend meer lachgas had gebruikt, vanwege zijn schuldgevoel en verdriet. Normaal gesproken gebruikte hij maar één keer per maand in het weekend, beweerde hij. Hij was daar, naar eigen zeggen, inmiddels helemaal mee gestopt.
De officier van justitie vindt dat volkomen ongeloofwaardig. Hij maakt zich grote zorgen over het rijgedrag van A. en het drugsgebruik achter het stuur. In een jaar tijd was A. al bij zeven aanrijdingen betrokken. Vorige week nog botste hij tegen de auto van een ouder echtpaar, omdat hij volgens de aanklager “de verkeersregels aan zijn laars lapt”.
Omdat A. na de fatale aanrijding eerst door een dokter moest worden behandeld, waren eventuele sporen van lachgas al uit zijn bloed verdwenen. Maar voor het OM staat vast dat hij tijdens de fatale nacht wel degelijk had gebruikt. Door het gebruik van meerdere soorten drugs en veel te hard rijden heeft hij zich volgens het OM schuldig gemaakt aan “roekeloos rijgedrag.”
Dat is de hoogste graad van strafbaar rijgedrag in het verkeer en daarop staat altijd een onvoorwaardelijke celstraf. De kans op herhaling is bij A. volgens het OM levensgroot. “Er is een hoog recidivegevaar. Het is wachten op de volgende dodelijke aanrijding”, betoogde de officier. Daarom zou A. na de uitspraak van de rechtbank direct naar de gevangenis moeten.
Volgens zijn advocaat is er onvoldoende bewijs dat A. lachgas had gebruikt. Hij zou hooguit onvoorzichtig hebben gereden toen hij het ongeluk veroorzaakte. Daarvoor zou een taakstraf moeten volstaan. Welke straf er moet worden opgelegd voor het bezit van de lachgascilinders, liet hij aan de rechters over.
De advocaat meende ook dat het slachtoffer het ongeluk misschien zou hebben overleefd als hij een gordel had gedragen. Maar volgens de rechtbank blijkt uit het sectierapport dat dit niet waarschijnlijk was. De rechtbank doet over twee weken uitspraak.