Als je de Koran leest, valt het je misschien op dat de woordkeuze vaak extreem nauwkeurig is. Een van de meest fascinerende voorbeelden hiervan vinden we in Soera Al-Jathiyah (vers 24). In dit vers citeert God de woorden van de materialisten en polytheisten uit die tijd (historisch bekend als de Dahriyyah, degenen die alles toeschrijven aan de tijd):
“En zij zeggen: ‘Er is niets dan ons wereldse leven; wij sterven en wij leven, en niets dan de tijd vernietigt ons.'”
Op het eerste gezicht klinkt deze zin vreemd. Waarom zeiden zij “wij sterven en wij leven” in plaats van het logische “wij leven en wij sterven”? Je leeft immers eerst voordat je sterft, toch?
Klassieke islamitische geleerden zoals Ibn Kathir, Al-Razi en Al-Tabari hebben zich diep over deze taalkundige structuur gebogen. Hun verklaringen werpen een uniek licht op de psychologie en de filosofie van de ongelovigen.
De Verklaring van Klassieke Geleerden
Klassieke exegeten (mufassirun) verklaren deze specifieke volgorde aan de hand van drie belangrijke invalshoeken:
1. De Cyclus van de Generaties
De meest gangbare verklaring is dat de materialisten niet spraken over één individueel persoon, maar over de mensheid als collectief. Zij bedoelden: “Sommigen van ons sterven (de oudere generatie), en anderen worden geboren en leven (de nieuwe generatie).”
In de Arabische taal impliceert het voegwoord waw (en) niet per se een chronologische volgorde. Het geeft simpelweg een gelijktijdigheid aan. Voor hen was het menselijk leven een eindeloze, mechanische cyclus van opeenvolgende generaties waarin geboorte en sterfte constant door elkaar heen liepen.
2. Van Niet-Bestaan naar Bestaan
Een andere groep geleerden interpreteerde “sterven” als de staat van levenloosheid vóór de geboorte. De Koran gebruikt dit concept elders ook (zoals in Soera Al-Baqarah: “U was dood en Hij bracht u tot leven”). De materialisten bedoelden hiermee: “We waren niets (dood materiaal), toen werden we levend in deze wereld, en dat is het.” Zij erkenden dat ze uit het niets kwamen, maar ontkenden dat er ná hun fysieke dood nóg een wederopstanding zou plaatsvinden.
3. De Retorische Cirkel
Door “sterven” vóór “leven” te plaatsen, sloten de materialisten de deur naar de eeuwigheid. Als ze hadden gezegd: “We leven en we sterven”, dan zou de natuurlijke vervolgvraag zijn: En wat gebeurt er daarna? Door te zeggen “wij sterven en wij leven [enkel hier]”, maakten ze van het leven een gesloten cirkel die volledig werd beheerst en vernietigd door Al-Dahr (de tijd).
Hoe de Koran deze Filosofie Weerlegt
God laat deze materialistische claim niet onbeantwoord. In de verzen die direct volgen (vers 25 en 26), breekt de Koran hun argumentatie in drie stappen volledig af:
- De Intellectuele Weerlegging (Gebrek aan Kennis): God zegt direct: “En zij hebben daar geen kennis over; zij vermoeden slechts.” (45:24). Al-Razi legt uit dat de Koran hier hun absolute claims aanvalt. De materialisten kunnen immers nooit wetenschappelijk of empirisch bewijzen dat er geen hiernamaals is. Hun hele wereldbeeld is gebaseerd op pure speculatie (zhann).
- De Logische Misvatting (De Vraag naar de Voorvaderen): Wanneer de materialisten geconfronteerd werden met de wederopstanding, daagden zij de Profeten uit: “Breng onze voorvaderen dan terug, als jullie de waarheid spreken.” (45:25). Geleerden wijzen erop dat dit een logische misvatting is. De Wederopstanding is een universele, geplande gebeurtenis voor de Dag des Oordeels, niet een goocheltruc die op aanvraag van individuen wordt uitgevoerd.
- De Goddelijke Tijdlijn: Tot slot corrigeert God hun gebroken cyclus door de werkelijke, lineaire tijdlijn van het bestaan te schetsen: “Zeg: ‘Allah geeft jullie het leven, vervolgens laat Hij jullie sterven; daarna zal Hij jullie verzamelen op de Dag der Opstanding, waaraan geen twijfel is…'” (45:26).
Conclusie
Wat op het eerste gezicht een vreemde grammaticale omdraaiing lijkt, blijkt bij nader inzien de kern te zijn van een eeuwenoude materialistische filosofie. Door de volgorde om te draaien naar “sterven en leven”, probeerden de Dahriyyah het leven te vangen in een zinloze, natuurlijke cyclus waarin de Tijd de ultieme vernietiger was.
De Koran corrigeert deze visie subtiel maar krachtig: het leven is geen cirkel die door de tijd wordt opgeslokt, maar een doelgerichte, rechte lijn die leidt naar Goddelijke rechtvaardigheid.