Een flink aantal jaren geleden vertelde mijn grootvader me dat hij nooit stemde. In plaats daarvan gaf hij mijn grootmoeder een schriftelijke volmacht, waarmee zij in zijn plaats ging stemmen. Mijn grootvader zei dat stemmen tijdverspilling was en nergens op sloeg, omdat je stem toch niets voorstelde. Ik schrok daar toen van, maar nu ben ik het daar volkomen mee eens, schrijft Hans Vogel.
In de EU en haar lidstaten is stemmen tegenwoordig inderdaad een totale verspilling van tijd en moeite, aangezien alle verkiezingen op talloze manieren worden gemanipuleerd. Bovendien bedriegt men zichzelf door in de eerste plaats te stemmen bij een nationale, regionale of lokale verkiezing. Het mag dan overdreven en absurd klinken, maar voor wie ogen heeft om te zien, is het bewijs overweldigend.
Denk niet dat stemmanipulatie op het eerste gezicht duidelijk of overduidelijk is. Het is zeer geraffineerd en subtiel en is tot een ware kunst verheven. Alle partijen en alle politici zijn zich ervan bewust dat verkiezingen altijd gemanipuleerd worden, maar ze zullen dat nooit aan buitenstaanders toegeven. De politiek in de EU is een gesloten circuit, en het systeem werkt doorgaans prima en levert de resultaten op die de heersende elite wenst.
Net als in elk systeem of elke organisatie zijn er echter altijd mensen die graag veranderingen zouden zien. Wat moeten zij doen? Zich aansluiten bij een bestaande politieke partij en via slijmerij en kruiperigheid opklimmen? Of misschien een eigen politieke partij oprichten, gericht op bepaalde thema’s? Dat laatste is op zich al een overgave aan het systeem. Deel uitmaken van de heersende politieke machinerie houdt automatisch in dat men instemt met de principes waarop deze is gebouwd.
Desondanks worden er zo nu en dan partijen opgericht die op basis van hun fundamentele standpunten en leidende principes (hun verkiezingsprogramma) als een bedreiging voor het systeem worden beschouwd. Dit is weliswaar een relatief nieuw fenomeen, aangezien vóór de val van de Berlijnse Muur in 1989 zelfs partijen die het heersende politieke systeem wilden afschaffen, werden toegelaten. De meeste daarvan waren communistische partijen. Overigens was het alleen in de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland) verboden voor een communistische partij.
Er waren ook rechtse partijen, sommige met een leider die intelligent, welbespraakt en politiek begaafd was, zoals Jean-Marie Le Pen, oprichter en leider van het Front National in Frankrijk (1972), en Giorgio Almirante in Italië, de jarenlange leider van de MSI (de Italiaanse Sociale Beweging), opgericht in 1946. In West-Duitsland was er de NPD (Nationaal-Democratische Partij), opgericht in 1964, die tegenwoordig Die Heimat (Het Vaderland) heet. Deze partijen werden allemaal beschouwd als extreemrechts of fascistisch, een term die sinds 1945 in een groot deel van West-Europa regelmatig als belediging wordt gebruikt.
In 2013 verlieten enkele dissidenten binnen de gematigde christendemocratische CDU-partij in Duitsland de partij en richtten de AfD ( Alternative für Deutschland, Alternatief voor Duitsland) op.
De AfD wordt in alle gevestigde EU-media afgeschilderd als “extreemrechts” of “rechtse extremistisch”, maar in werkelijkheid is het een zeer gematigde oppositiepartij zonder enig extremistisch of radicaal programma. Het enige dat de AfD onderscheidt van de andere partijen is dat ze wil dat duizenden, mogelijk zelfs miljoenen buitenlanders Duitsland verlaten. Niet degenen die Duits hebben geleerd, een baan hebben gevonden, belasting betalen en bijdragen aan de samenleving en de economie, maar de talloze anderen die ongeschoold zijn, nooit een baan zullen vinden en er ook nooit naar zullen zoeken, en die volledig worden onderhouden door de Duitse belastingbetaler. Deze niet-assimileerbare buitenlanders zijn louter parasieten voor wie geen plaats is in Duitsland. Velen van hen plegen bovendien gewelddadige misdrijven en verkrachtingen, waardoor de straten van veel Duitse steden na zonsondergang onveilig zijn voor vrouwen.
Die parasitaire buitenlanders moeten allemaal teruggestuurd worden naar waar ze vandaan komen. Dit centrale punt in het programma van de AfD heeft de partij veel populariteit opgeleverd onder het groeiende aantal Duitsers dat er genoeg van heeft om zich de hoofdprijs te betalen (80% van hun inkomen wordt door de belastingdienst opgestreken) voor die volstrekt nutteloze, weerzinwekkende buitenlanders.
Het is begrijpelijk dat de gevestigde partijen (CDU, de liberale FDP en de linkse partijen SPD, Groenen en Die Linke) bang zijn geworden voor de AfD. Als gevangenen van de politieke correctheid lijken ze oprecht geschokt telkens wanneer iemand van de AfD een uitspraak doet, ongeacht het onderwerp, maar natuurlijk vooral over de noodzaak van een degelijk en effectief immigratiebeleid.
Zodra duidelijk werd dat de AfD aan populariteit won, begonnen de “kartelpartijen” te roepen dat het eigenlijk een “fascistische” partij was. Zowel voor als na de recente verkiezingswinst van de AfD in Saksen-Anhalt worden er suggesties gedaan om de partij volledig te verbieden. De Duitse binnenlandse inlichtingendienst BfV heeft de AfD al bestempeld als “gecertificeerd rechtsextremistisch” en vindt dat de partij nauwlettend in de gaten gehouden moet worden vanwege haar twijfelachtige ideeën die “onze democratie” in gevaar zouden kunnen brengen.
Gezien deze sterke en veelzeggende signalen is het zeer waarschijnlijk dat de recente verkiezingen in Saksen-Anhalt gemanipuleerd zijn.
De Europese Commissie in Brussel en de regeringen van de lidstaten beschikken inderdaad over een uitgebreid instrumentarium voor allerlei vormen van verkiezingsmanipulatie, tot aan gewelddadige interventies zoals de nietigverklaring van de presidentsverkiezingen van 2024 in Roemenië. Dergelijke hardhandige interventies worden echter alleen ingezet wanneer alle andere pogingen zijn mislukt.
Het is inderdaad zo dat manipulatie begint met peilingen voorafgaand aan de verkiezingen, waarin de populariteit van problematische partijen zorgvuldig wordt gedoseerd. Men moet vermoeden dat wanneer een partij zoals de AfD in werkelijkheid zo populair is dat ze ongeveer de helft van de stemmen krijgt, de peilingen voorafgaand aan de verkiezingen dat nooit expliciet zullen laten zien. Ze zullen blijven steken op bijvoorbeeld zo’n 40%. In Saksen-Anhalt krijgt een partij die 45% van de stemmen behaalt een meerderheid in het lokale parlement. Uiteindelijk miste de AfD dit percentage nipt en bleef steken op 43,8%. Is dat niet geweldig? De partij was waarschijnlijk zo populair dat ze daadwerkelijk een meerderheid behaalde. Daarom was het regime gedwongen de uitslag te manipuleren. Bijvoorbeeld door te knoeien met het aanzienlijke percentage stemmen dat per post werd uitgebracht.
Nog niet zo lang geleden vroeg ik tijdens een informele bijeenkomst aan een aantal Nederlandse parlementsleden van de ‘rechtse’ partijen FVD en PVV of zij dachten dat de verkiezingen in Nederland eerlijk en transparant verliepen, zonder manipulatie door het regime. Opvallend genoeg gaven ze allemaal hetzelfde antwoord: “Laten we afwachten hoe het afloopt.”
De meeste kiezers zijn tevreden met het uitbrengen van hun stem op verkiezingsdag en denken er verder niet over na hoe het systeem eigenlijk werkt. De volgende dag gaan ze weer aan het werk, moeten de huur of hypotheek betaald worden en denken ze aan hun favoriete voetbalclub, favoriete tv-programma of wat dan ook. Voor de meeste mensen is stemmen precies wat de Italiaanse historicus Antonio Annino ooit zei: een burgerlijke ceremonie die de band tussen de staat, de regering en de burgers viert. Het is daarom ook een burgerplicht en daardoor stellen de meeste mensen er geen vragen over.
Verkiezingen maken zelden echt een verschil. Vaker wel dan niet worden politieke partijen, zelfs na een verkiezingsoverwinning, geconfronteerd met fysieke en economische realiteiten die hen dwingen tot onwelkome keuzes. Nergens is dit proces beter in beeld gebracht dan in de uitstekende Engelse tv-serie Yes Minister.
Het lijkt erop dat de enige zekere manier om politieke verandering te bewerkstelligen, is dat een woedende menigte het paleis bestormt waar de machthebbers zetelen. Met andere woorden, er is een echte revolutie nodig, zoals die in Frankrijk plaatsvond met de bestorming van het Tuileriespaleis in Parijs in 1792. Tegenwoordig lijkt het misschien aantrekkelijk om George Soros over te halen geld, adviseurs en manschappen te sturen om zo’n operatie uit te voeren, maar het resultaat zou wel eens tegen kunnen vallen. Een spontane opstand is natuurlijk te verkiezen. Zo’n gebeurtenis zou ook gunstig zijn voor de burgers, omdat het angst zou inboezemen bij de machthebbers. Tegenwoordig is het andersom: burgers vrezen de regering, maar zo zou het niet moeten zijn. Het is de regering die bang zou moeten zijn voor de burgers.
Volgens de apocriefe uitspraak die aan Mark Twain wordt toegeschreven: “Als stemmen enig verschil zou maken, zouden ze ons het niet laten doen”, heeft het weinig zin om de moeite te nemen naar het stembureau te gaan, op je beurt te wachten en je stem uit te brengen. Of hij dat nu wel of niet gezegd heeft, het is niettemin een accurate karakterisering van – zoals het regime en zijn handlangers graag zeggen – “onze democratie”.
Stemmen is dus iets voor domkoppen, zeker in de EU.
Bron: https://dissident.one/stemmen-is-voor-idioten