Je stuk is uiteindelijk vooral een lange demonstratie van een nogal merkwaardige vorm van zelfgenoegzaamheid: je schrijft een tirade over tolerantie, terwijl je zelf voortdurend laat zien hoe weinig tolerantie je hebt voor mensen die jouw wereldbeeld niet delen.
Jij begint met concrete voorbeelden van mensen die zich intolerant gedragen en eindigt met uitspraken over “moslims”, “religieuze zeloten” en uiteindelijk zelfs over wat gelovigen zogenaamd werkelijk voelen. Daarmee doe je precies wat je zegt te bestrijden: je maakt van individueel gedrag een karaktertrek van een hele groep.
Je favoriete oplossing is ondertussen buitengewoon veelzeggend: “je kunt gewoon je bek houden.” Wat een wonderlijke verdediging van vrijheid. Je beroept je op de Nederlandse vrijheid omdat mensen hier zichzelf mogen zijn, zich mogen kleden zoals ze willen en mogen zeggen wat ze denken, om vervolgens te vertellen welke mensen hun mond moeten houden. Blijkbaar is vrijheid volgens jou vooral prachtig zolang niemand haar gebruikt om iets te zeggen waar jij je aan ergert.
Een gelovige mag volgens jou dus in een moskee bidden, geloven wat hij wil en zijn geloof belijden — maar zodra hij op internet een mening uit over homoseksualiteit of de levenswijze van anderen, moet hij “dankbaar” zijn en zijn bek houden. Dat is geen verdediging van vrijheid. Dat is een soort ideologische douanepost: religieuze vrijheid mag er zijn, zolang de gelovige zijn overtuigingen maar netjes opbergt zodra ze jou ongemakkelijk maken.
En dan je volstrekt ridicule vraag: “Wat doe je dan eigenlijk hier?” Omdat iemand bepaalde aspecten van de Nederlandse cultuur afwijst, zou hij maar naar Iran of Saoedi-Arabië moeten vertrekken? Dan kun je die redenering consequent op iedereen toepassen. De christen die abortus verwerpelijk vindt, kan naar het Vaticaan. De atheïst die religie haat, kan naar een atheïstische dictatuur. De socialist die kapitalisme verafschuwt, kan naar Noord-Korea. De libertariër die de overheid verafschuwt, kan naar een onbewoond eiland.
Natuurlijk is dat onzin. Mensen hoeven niet ieder onderdeel van de samenleving waarin ze leven goed te keuren om aanspraak te maken op haar rechten. Dat is juist wat een vrije samenleving betekent. Je hoeft niet te emigreren omdat je het ergens niet mee eens bent. Je mag erover klagen, demonstreren, publiceren en anderen proberen te overtuigen. Dat heet vrijheid. Het heet niet “parasiteren op onze tolerantie”.
Nog erger wordt het wanneer je anderen verantwoordelijk probeert te maken voor het racisme van derden. Jij zegt in feite: als moslims zich intolerant gedragen, geven ze racisten munitie. Misschien. Maar als een racist vervolgens een willekeurige moslim aanvalt, is dat de verantwoordelijkheid van de racist. Je kunt iemand verantwoordelijk houden voor zijn eigen woorden en daden; je kunt hem niet verantwoordelijk maken voor wat een derde persoon vervolgens besluit te doen.
Anders creëer je een bizarre vorm van collectieve aansprakelijkheid: “Kijk uit wat je zegt, want anders kan iemand anders jouw woorden gebruiken als excuus om jou of iemand zoals jij te haten.” Dat is geen moreel argument. Dat is precies de logica waarmee minderheden uiteindelijk wordt verteld dat ze zich vooral niet te veel moeten uitspreken.
En dan kom je bij je grootste intellectuele zwakte: je denkt dat je mensen doorgrondt omdat je hun religieuze overtuiging kent. Je beweert dat gelovigen zichzelf “constant inpakken”, dat iemand alleen van zijn ouders houdt omdat Allah dat voorschrijft en zelfs dat gelovigen “alleen van zichzelf houden”. Hoe weet je dat in godsnaam? Heb je toegang tot hun gedachten gekregen? Heb je een wetenschappelijke methode ontwikkeld waarmee je de authenticiteit van iemands liefde kunt meten aan de hand van zijn geloof?
Nee. Je hebt een psychologisch oordeel verzonnen en presenteert het vervolgens als inzicht.
Dat is ironisch, want je verwijt religieuze mensen voortdurend dat ze denken de waarheid over anderen te kennen. Jij doet ondertussen exact hetzelfde. Alleen heet jouw absolute waarheid toevallig niet Allah maar jouw eigen morele superioriteit.
En je slotzin maakt het helemaal af: “Hun geloof is er nooit één van de liefde.” Nooit. Alle religieuze zeloten. Allemaal. Dat is geen argument maar een karikatuur. Religies bevatten tradities van naastenliefde, barmhartigheid, liefdadigheid, vergeving en zelfopoffering. Je kunt daar kritiek op hebben, je kunt religieuze claims onwaar vinden en je kunt wijzen op de enorme schade die religie soms heeft veroorzaakt. Maar wie beweert dat religie “nooit” over liefde gaat, heeft geen analyse geschreven maar een pamflet.
Het meest komische aan je stuk is daarom dat je voortdurend anderen verwijt dat ze intolerant zijn, terwijl je eigen betoog steeds verder opschuift van “ik ben tegen deze specifieke opvatting” naar “dit is wat deze mensen werkelijk zijn”. Eerst zijn het onverdraagzame moslims. Daarna zijn het mensen die “parasiteren” op onze tolerantie. Daarna zijn het holbewoners die moeten oprotten naar Iran of Saoedi-Arabië. En uiteindelijk zijn religieuze mensen volgens jou fundamenteel egocentrisch en niet eens in staat werkelijk van anderen te houden.
Dat is geen verdediging van ruimdenkendheid. Dat is tribalisme met een progressief vocabulaire.
Je hoeft religieuze intolerantie niet te accepteren. Je hoeft islamitische opvattingen over homoseksualiteit niet te respecteren als waarheid. Je hoeft zelfs geen enkel geloof serieus te nemen. Maar als je jezelf werkelijk tolerant en ruimdenkend wilt noemen, zul je moeten leren leven met een buitengewoon ongemakkelijk principe: mensen mogen overtuigingen hebben die jij veracht.
Je mag ze bestrijden met argumenten. Je mag ze belachelijk vinden. Je mag ze moreel verwerpelijk noemen. Je mag proberen anderen ervan te overtuigen dat ze ongelijk hebben.
Maar zodra je eindigt met “hou je bek”, “rot op” en “jij houdt alleen van jezelf”, heb je niet de bekrompenheid van de ander overwonnen. Je hebt haar simpelweg vervangen door je eigen bekrompenheid — met het zelfvertrouwen van iemand die denkt dat zijn intolerantie automatisch deugdzaam wordt omdat hij de juiste politieke woorden gebruikt.
Dat is misschien wel de grootste ironie van je hele stuk: je schrijft een aanklacht tegen mensen die menen het recht te hebben anderen te vertellen hoe ze moeten leven, terwijl je zelf nauwelijks kunt verdragen dat iemand anders het lef heeft om anders te denken dan jij.
Je vraagt gelovigen om hun bek te houden.
Misschien zou je zelf af en toe wat langer moeten luisteren.
drs. Ali al-Ilami