Nog niet eerder kregen vrouwen in Nederland zo weinig kinderen, zo meldde het CBS vorige week. Volgens demograaf Jan Latten is het zelfs code oranje. Hij pleit voor een ministerie voor gezinnen en emancipatie. „We moeten ouders die kinderen grootbrengen veel meer steunen.”
In vrijwel alle gemeenten (93 procent) kregen vrouwen in 2024 minder kinderen. Dat becijferde het statistiekbureau een paar dagen geleden. In tien jaar tijd daalde dit aantal gemiddeld van 1,71 naar 1,43. Dat zijn er te weinig om ons land overeind te houden. Daarvoor zou elke vrouw in Nederland gemiddeld 2,1 kinderen op de wereld moeten zetten.
Het hogere gemiddelde wordt veelal alleen nog gehaald in dorpen op de Biblebelt zoals Staphorst (2,35) en Urk (2,5). Vooral in steden als Amsterdam (1,12), Utrecht (1,22) en Leiden (0,94) en Wageningen (0,89) gaat het geboortecijfer rap omlaag.
Volgens Jan Latten, emeritus hoogleraar demografie, is de daling in de grote steden goed te verklaren. In de gemeenten rond die steden, zoals in het Groene Hart, is het geboortecijfer namelijk opvallend hoger. „Dat is een heel duidelijk signaal dat vooral jongeren en twintigers de steden vullen. En dat ze daar, als ze eenmaal aan een gezin beginnen, geen woning vinden. Ze trekken dan naar de gebieden eromheen.”
Maar ook in de kinderrijke plaatsen ging het de afgelopen tien jaar niet de goede kant op, ziet Latten. „De kinderen die nu niet worden geboren, zijn er over twintig jaar ook niet als mantelzorger of aan het werk.”
Dat Nederland een groot probleem heeft, dringt volgens Latten nog niet echt door. Hij ziet dat het tekort aan arbeidskrachten nu wordt ‘gecompenseerd’ door mensen uit andere werelddelen aan te trekken. Onlangs is nog een deal met India gesloten om arbeidsmigratie makkelijker te maken.
Latten: „We merken niet dat we een probleem hebben, omdat we dat compenseren met immigranten. Dat hoeft niet erg te zijn, als dat op een gematigde manier gaat. Als er goed is nagedacht over inburgering, over hoe cultuurverschillen worden overbrugd. Maar je ziet nu al grote spanningen in de samenleving over migranten die we niet kunnen huisvesten.’’
Volgens Latten zou het voor ons land veel beter zijn als er hier meer kinderen worden geboren. Die hebben 25 jaar de tijd om volwassen te worden. Daar kun je op plannen, want die hebben niet gelijk een woning nodig.
Toch is het volgens Latten een illusie om te denken dat het geboortecijfer gemiddeld weer op die ‘ideale’ 2,1 komt. Het zou al mooi zijn als het niet nog verder wegzakt. Maar hoe? Met belastingvoordelen voor grote gezinnen net als in Hongarije gebeurde onder de vorige leider Viktor Orbán?
Dat vindt Latten niet nodig. Maar ouders moeten wat hem betreft wel meer gesteund worden. Wat dat betreft zou het goed zijn wanneer er een ministerie voor gezinnen zou komen. Dat een minister ervoor zorgt dat ouders zich geen zorgen hoeven te maken of ze straks wel een gezin kunnen onderhouden.
Latten: „Als kinderen willen studeren, moeten ouders weten dat ze daar niet voor hoeven te sparen omdat dit goed geregeld is. Dat de overheid studeren voor iedereen mogelijk maakt. We moeten garanties bieden dat je voor het krijgen van kinderen niet ‘beboet’ wordt, maar dat iedereen daar baat bij heeft. Al was het maar omdat er straks toch iemand in het verzorgingshuis naast je bed moet staan, om de lakens te verschonen.”
Volgens Latten is het echt ‘code oranje’ en op sommige plekken zelfs code rood. De sociale verbondenheid en de zorg voor ouderen holt bijvoorbeeld hard achteruit. Uit eerdere cijfers bleek al dat ongeveer een op de vijf mannen van boven de 65 jaar kinderloos is.
„Wie kijkt er nog naar hen om straks? Eenzaamheid en kwetsbaarheid is een groot probleem. Vraag het maar aan de coaches van woningbouwcorporaties die eenzame mannen zien verslonzen in hun woningen. Dat zijn grote risico’s en de eerste tekenen dat het niet goed gaat met de sociale verbondenheid in Nederland.”
Bron: https://www.ad.nl/binnenland/waarom-vrouwen-in-nederland-steeds-minder-kinderen-krijgen-het-is-code-oranje~aadb51447/
Jesse Klaver (Progressief Nederland): 4 kinderen (vier zonen)
Mona Keijzer (Groep Keijzer): 5 kinderen (vijf zonen)
Caroline van der Plas (BBB): 2 kinderen (twee zonen)
Henri Bontenbal (CDA): 2 kinderen (twee zonen)
Joost Eerdmans (JA21): 2 kinderen (een dochter en een zoon)
Chris Stoffer (SGP): 3 kinderen (drie dochters)
Mirjam Bikker (ChristenUnie): 3 kinderen
Geert Wilders (PVV): 0 kinderen
Dilan Yeşilgöz-Zegerius (VVD): 0 kinderen
Rob Jetten (D66): 0 kinderen (heeft wel een actieve kinderwens via een draagmoeder)
Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren): 0 kinderen
Laurens Dassen (Volt): 0 kinderen
Jimmy Dijk (SP): 0 kinderen
Stephan van Baarle (DENK): 0 kinderen
Jan Struijs (50PLUS): 0 kinderen
Lidewij de Vos (Forum voor Democratie): 0 kinderen
Gidi Markuszower (Groep Markuszower): 0 kinderen