Een collega die meerdere keren beschonken op de werkvloer verschijnt en ook stinkt naar sterkedrank, mag je die daarom ontslaan? Die vraag staat centraal bij een zaak die een medewerker heeft aangespannen tegen zijn voormalige werkgever. Is er alles aan gedaan om hem te helpen? Nee, oordeelt de rechter in een harde uitspraak.
De Boer Machines, een bedrijf in de machinebouw, ontslaat de man in de zomer van vorig jaar als hij opnieuw onder invloed op de werkvloer verschijnt. Collega’s klagen dat hij naar alcohol stinkt en trekken bij hun leidinggevenden aan de bel. Voor het bedrijf is de maat dan vol, want het is niet de eerste keer dat dit gebeurt.
De werknemer stapt daarop naar de rechter. Hij voelt zich aan zijn lot overgelaten en vindt dat zijn baas onvoldoende doet om hem te ondersteunen. De rechter geeft hem in eerste instantie ongelijk, maar in hoger beroep draait het gerechtshof dat oordeel terug.
Volgens het hof is alcoholverslaving een erkende ziekte en gelden er daarom andere regels voor werkgevers. Zij moeten kunnen aantonen dat ze er alles aan doen om een medewerker intern te helpen, en dat is hier niet gebeurd.
Dat zit zo. De Boer Machines weet al langer dat het niet goed gaat met de man. In 2023 merkt een leidinggevende dat hij naar alcohol ruikt en dat hij een aangebroken fles wijn in zijn tas heeft zitten. Tijdens gesprekken geeft de werknemer aan dat zijn gebruik te maken heeft met persoonlijke problemen. Het bedrijf schakelt vervolgens een bedrijfsarts in en betaalt psychologische hulp.
Aanvankelijk lijkt het bedrijf daarmee zorgvuldig te handelen, maar daarna gaat het mis. In het voorjaar van 2024 meldt de werknemer zich ziek. De bedrijfsarts stelt vast dat hij nog niet in staat is om te werken en adviseert een voorzichtige terugkeer, om te beginnen met halve dagen.
Toch bouwt het bedrijf de druk langzaam op om weer volledig aan de slag te gaan. De man zegt later bij het hof dat hij het gevoel heeft gehad dat hij iets moet ‘terugdoen’ voor het geduld van zijn werkgever. De Boer Machines bevestigt dat die boodschap min of meer is overgebracht.
In de zomer van 2024 ontstaan opnieuw problemen. De werknemer komt te laat, voelt zich niet goed en ruikt volgens collega’s weer naar alcohol. Op 16 september meldt hij zich bij de werkplaatschef, die vermoedt dat hij wéér heeft gedronken. Twee dagen later krijgt hij slecht nieuws: hij hoeft nu écht niet meer terug te komen.
Volgens het hof grijpt het bedrijf te snel naar het zwaarste middel. Een werkgever moet, zeker als er sprake is van ziekte of verslaving, zorgvuldig handelen en eerst onderzoeken wat er precies aan de hand is.
De rechter stelt dat De Boer Machines had moeten vermoeden dat er meer speelt dan incidenteel drankgebruik. Het bedrijf had opnieuw contact moeten opnemen met de bedrijfsarts of psycholoog voordat het zo’n drastische beslissing zou nemen, maar dat is nagelaten.
Verslaving is volgens het hof een medische aandoening en vraagt om begeleiding, niet om bestraffing. Werkgevers die te snel naar ontslag grijpen, lopen het risico dat de rechter hun besluit terugdraait. ‘Het is algemeen bekend dat mensen met een alcoholprobleem dit vaak ontkennen en het moeilijk vinden om erover te praten, uit schaamte’, schrijft het hof. ‘Van deze werknemer kon niet worden verwacht dat hij zelf bij de bedrijfsarts zou aangeven dat hij eigenlijk ziek was.’
Lang verhaal kort: de verantwoordelijkheid ligt bij De Boer Machines om dit te signaleren en hulp te bieden. Het hof wijst erop dat andere maatregelen mogelijk waren, zoals een tijdelijke schorsing of aangepast werk. Door direct te kiezen voor ontslag op staande voet, is het bedrijf véél te ver gegaan.
De Boer Machines moet de man daarom weer in dienst nemen en het achterstallige salaris van de afgelopen maanden terugbetalen, inclusief rente en een wettelijke verhoging van 15 procent. Naar schatting gaat het om een bedrag tussen de 35.000 en 45.000 euro.