Het Onzichtbare Schaakspel: Hoe een Syrische Terreurideoloog de Blauwdruk Schreef voor een Europese Burgeroorlog

Wie de kranten openslaat, ziet een Europa dat op scherp staat. Politieke polarisatie, felle debatten over migratie en integratie, en een diep geworteld wantrouwen tussen bevolkingsgroepen. Voor de gemiddelde burger voelt dit als een organisch gegroeid maatschappelijk probleem. Maar wat als we u vertellen dat deze exacte chaos twintig jaar geleden al tot in de kleinste details is uitgedacht en opgeschreven?

Binnen de muren van de Franse academische wereld woedde jarenlang een felle strijd tussen twee islamologen: Olivier Roy en Gilles Kepel. Waar Roy geloofde dat terrorismegolfjes het werk waren van ‘boze, suïcidale jongeren die religie als een stoer jasje gebruiken’, waarschuwde Kepel voor iets veel destructievers. Kepel stelde dat het Westen blind was voor een angstaanjagend strategisch masterplan. De auteur van dat plan? Abu Musab al-Suri. Zijn doel? Een totale burgeroorlog op Europese bodem.

In dit artikel duiken we diep in de ‘Al-Suri-theorie’. We ontleden hoe de zogeheten Derde Generatie Jihad werkt, waarom traditionele antiterreurmaatregelen faalden, en hoe de geschiedenis de bittere waarschuwingen van Gilles Kepel langzaam maar zeker lijkt gelijk te geven.

Wie was Abu Musab al-Suri?

Om het gevaar van de theorie te begrijpen, moeten we eerst kijken naar het brein erachter. Mustafa Setmariam Nasar, beter bekend onder zijn oorlogsnaam Abu Musab al-Suri, is geen gewone extremist. De in Syrië geboren strategicus had een achtergrond in werktuigbouwkunde en combineerde een koude, analytische geest met een diepe ideologische haat tegen het Westen.

Al-Suri was geen man van de loopgraven; hij was de man van de bibliotheek. Hij maakte de opkomst en ondergang van Al-Qaeda in Afghanistan van dichtbij mee en zag de fouten die Osama bin Laden maakte. In 2004 publiceerde hij zijn magnum opus: een digitaal handboek van maar liefst 1.600 pagina’s, getiteld De Oproep tot Wereldwijde Islamitische Weerstand.

Dit boek is voor de moderne jihad wat Das Kapital was voor het marxisme of Mein Kampf voor het fascisme: een strategische en ideologische blauwdruk voor totale ontwrichting.

De Drie Generaties van de Jihad

Al-Suri analyseerde de geschiedenis van de radicale islam en deelde deze op in drie duidelijke fasen of ‘generaties’.

  1. De Eerste Generatie (De Lokale Strijd): Dit waren de pogingen van islamisten in de jaren ’70 en ’80 om dictators in het Midden-Oosten (zoals in Egypte of Syrië) omver te werpen. Deze mislukten allemaal omdat de regimes simpelweg te hard terugsloegen.
  2. De Tweede Generatie (Het Gecentraliseerde Front): Dit was het model van Osama bin Laden en Al-Qaeda in de jaren ’90 en vroege jaren ’00. Het idee was simpel: val de ‘verre vijand’ (Amerika) aan op eigen bodem via spectaculaire, centraal gecoördineerde aanslagen (zoals 9/11). Hoewel de symbolische impact gigantisch was, bleek dit model kwetsbaar. Zodra de Amerikaanse inlichtingendiensten het hoofdkwartier in Afghanistan vernietigden en geldstromen blokkeerden, stortte de organisatie in.
  3. De Derde Generatie (Het Decentrale Netwerk): Hier introduceert Al-Suri zijn revolutie. Hij begreep dat een gecentraliseerde organisatie altijd opgespoord kan worden. Zijn nieuwe doctrine luidde: Nizam, la tanzim — “Systeem, geen organisatie”. De jihad moest een organisch, ongrijpbaar netwerk worden. En het belangrijkste slagveld van deze derde generatie werd niet Amerika of het Midden-Oosten, maar Europa.

Het Masterplan: Hoe ontketen je een burgeroorlog?

Het einddoel van Al-Suri was niet het plegen van een paar bloedige aanslagen om het nieuws te halen. Zijn doel was geopolitiek: de totale ineenstorting van de Europese democratieën. Het plan om dat te bereiken is angstaanjagend logisch opgebouwd en bestaat uit een vicieuze cirkel van actie en reactie.

Stap 1: De Ongrijpbare ‘Lone Wolves’

Volgens Al-Suri moesten radicale moslims in Europa niet wachten op orders uit een verre woestijn. Ze moesten zelf het initiatief nemen. Gewapend met internetverbindingen, YouTube-video’s en digitale handleidingen moesten kleine cellen of individuen (‘lone wolves’) toeslaan. Omdat er geen sprake is van onderlinge communicatie of een commandostructuur, tasten inlichtingendiensten volledig in het duister. Er is immers geen netwerk om te infiltreren.

Stap 2: Het Kiezen van ‘Zachte Doelen’

In plaats van zwaarbeveiligde militaire bases of overheidsgebouwen, moesten de aanvallers zich richten op het alledaagse westerse leven. Denk aan concertzalen (zoals de Bataclan), terrasjes, kerken, scholen en openbaar vervoer. Maar ook specifieke symbolen van de westerse cultuur moesten het ontgelden: cartoonisten (Charlie Hebdo) en leraren (zoals Samuel Paty). Het doel hiervan is puur psychologisch: de westerse burger mag zich nergens en nooit meer veilig voelen.

Stap 3: De Woede van de Massa Uitlokken (Het Scharnierpunt)

Dit is het meest cruciale en sinistere onderdeel van Al-Suri’s theorie. De aanslagen zijn niet primair bedoeld om westerse burgers te doden. Ze zijn bedoeld om de westerse samenleving woedend te maken en om een reactie van de autochtone Europese bevolking uit te lokken.

Hij liet zijn volgelingen expliciet weten: zorg dat de Europeanen de vreedzame, gematigde moslimbevolking gaan haten. Al-Suri gokte erop dat extreem-rechtse partijen zouden groeien, dat er anti-islamitische wetgeving zou komen en dat gewone moslims op straat gediscrimineerd of zelfs aangevallen zouden worden.

Stap 4: De Gematigde Massa Radicaliseren

Wanneer de autochtone Europeanen uit angst en woede álle moslims over één kam gaan scheren, ontstaat precies de situatie die Al-Suri wilde. De gewone, vreedzame moslim die zich prima thuis voelde in Parijs, Berlijn of Amsterdam, komt klem te zitten. Hij voelt zich niet meer welkom, wordt gewantrouwd op zijn werk en ziet zijn religie gecriminaliseerd worden.

Op dat moment, zo stelt de theorie, stort de illusie van integratie in. De gefrustreerde en buitengesloten moslimmassa zal zich noodgedwongen afkeren van Europa en bescherming zoeken bij de radicale minderheid. De breuklijn is gecreëerd.

Stap 5: De Totale Burgeroorlog

Zodra de samenleving volledig is gepolariseerd in twee kampen die elkaar haten en vrezen, is het land rijp voor de genadeklap. Kleine incidenten kunnen dan vlamvatten. Wat volgt is een escalatie van geweld over en weer: aanslagen van jihadisten worden beantwoord met pogroms of burgerwachten van Europeanen, wat weer leidt tot grootschalige rellen en gewapend verzet in de buitenwijken (banlieues). De democratische rechtsstaat stort in, het leger kan de orde niet meer handhaven, en er ontstaat een permanente staat van burgeroorlog.

De Intellectuele Strijd: Kepel versus Roy

In Frankrijk, het land dat het zwaarst getroffen werd door deze golven van terreur, leidde dit tot een bittere intellectuele vete. Aan de ene kant stond Olivier Roy, de socioloog. Hij bekeek de daders van aanslagen zoals de Bataclan en stelde dat religie een bijzaak was. Deze jongens dronken alcohol, dealden drugs en wisten nauwelijks wat er in de Koran stond. Het waren simpelweg nihilistische criminelen, een verloren generatie die zocht naar een radicale manier om ‘fuck het systeem’ te roepen en een heldendood te sterven. Roy noemde dit de “islamisering van de radicaliteit”.

Aan de andere kant stond Gilles Kepel. Hij verweet Roy een gevaarlijke naïviteit. Volgens Kepel deed de religieuze en ideologische context er júíst toe. Natuurlijk waren de daders vaak kleine criminelen, maar dat was een logistieke noodzaak van groeperingen zoals IS: zo kwamen ze aan wapens en valse paspoorten.

Kepel wees erop dat deze daders niet zomaar uit het niets handelden. Ze waren getraind in kampen, luisterden naar salafistische predikers en voerden exact de opdrachten uit die Abu Musab al-Suri had opgeschreven. Kepel stelde dat het salafisme in de Europese wijken een ‘tegen-samenleving’ creëerde die de perfecte voedingsbodem vormde voor Al-Suri’s plan. Kepel noemde dit de “radicalisering van de islam”.

De Franse Reactie: Van Theorie naar Keiharde Wetgeving

Jarenlang werd Kepel door linkse en progressieve academici weggezet als een alarmist of zelfs een ‘islamofoob’. Men vond zijn nadruk op de ideologie te hard en vreesde dat hij bijdroeg aan de polarisatie. Maar na de onthoofding van de leraar Samuel Paty in 2020 en een reeks andere ‘lone wolf’-aanvallen, veranderde de wind in Parijs volledig.

De Franse regering onder president Emmanuel Macron gooide het roer om. Ze schoven de theorieën van Roy terzijde en adopteerden de harde analyse van Kepel als officiële blauwdruk voor nieuw beleid. Dit resulteerde in 2021 in de invoering van de Wet tegen Islamitisch Separatisme.

Deze wet is direct ontworpen om de infrastructuur die Al-Suri nodig heeft, af te breken. Moskeeën worden strenger gecontroleerd en kunnen direct gesloten worden bij haatzaaien. Buitenlandse financiering uit de Golfstaten is aan banden gelegd om de salafistische invloed in te dammen. Thuisonderwijs werd nagenoeg verboden om illegale koranschooltjes te sluiten, en verenigingen moeten een ‘Republikeins Contract’ tekenen waarin ze trouw zweren aan de seculiere waarden van de staat. Frankrijk besloot actief terug te vechten om te voorkomen dat de vicieuze cirkel van Al-Suri voltooid zou worden.

De Blinde Vlek: Waar de Theorie Tekortschiet

Hoewel de Al-Suri-theorie een angstaanjagend nauwkeurige voorspellende waarde had voor de soennitische terreur in Europa, heeft het model – en daarmee ook de analyse van Gilles Kepel – een gigantische blinde vlek. En die blinde vlek zien we vandaag de dag exploderen op het wereldtoneel: Iran en sjiitisch islamisme. Tewijl Kepel zich blind staarde op het salafisme, groeide Iran gestaag door en worden ze het vierde grote machtscentrum in de wereld volgens de Amerikaanse professor Robert Pape aangezien ze de Amerikaans-Israëlische oorlog niet alleen hebben overleefd maar zelfs gewonnen dankzij hun controle van de Straat van Hormuz.

Ondertussen zie je Macron op bezoek gaan in het Syrië van de voormalig al-Qaeda-leider en huidige president Ahmed al-Sharaa om Iraanse invloed tegen te werken terwijl er tegelijkertijd aanslagen van IS op hem gericht waren tijdens zijn bezoek. In eigen land heeft hij het over ‘islamitisch separatisme’ terwijl hij op bezoek gaat bij zijn nieuwe al-Qaeda-vriend al-Sharaa. Zijn critici gebruiken dit gretig tegen hem.

De Rol van IS

IS is met de theorie van al-Suri aan de slag gegaan aangezien de grondlegger van IS die in 2006 om het leven kwam in Irak, Abu Mus’ab al-Zarqawi, bevriend was met al-Suri en hem kende van hun tijd in Afghanistan. Beide deelden hun minachting van sjiieten en haalden hun leider Osama bin Laden rechts in. Achteraf gezien kunnen we concluderen dat al-Zarqawi extreem succesvol was met het ontketenen van een bloedige burgeroorlog in Irak door extreme aanslagen uit te voeren op de sjiitische meerderheid die weer achter onschuldige soennieten gingen waardoor een vicieuze cirkel ontstond en bovenal een hell on earth voor de Amerikaanse en westerse bezetters op dat moment die niet in staat waren om de veiligheid in het land te herstellen.

Toen de Amerikanen in 2011 vertrokken uit Irak na jaren van gruwelijke oorlog, dachten ze dat de situatie eindelijk was gekalmeerd. Maar toen ging Abu Bakr al-Baghdadi roet in het eten gooien met de opkomst en blitzkrieg van IS in 2014. Al-Baghdadi maakte gretig gebruik van wat al-Zarqawi en al-Suri hadden neergezet en bouwde verder aan het exporteren van de burgeroorlog naar Europa. Het was hen gelukt om de burgeroorlog in Irak te ontketenen, en ook in buurland Syrië hebben ze een flinke bijdrage geleverd aan die burgeroorlog aldaar, dus waarom niet ook in Europa? Hier kwam IS met het zogenaamde ‘grijze zone’-concept.

De ‘grayzone’ (grijze zone) staat voor de vreedzame ruimte waarin moslims en niet-moslims in het Westen samenleven. Al-Baghdadi stelde dat deze zone moest worden vernietigd. Het doel van IS-aanslagen in Europa was om de samenleving te polariseren. Door angst en moslimhaat te zaaien, wilden ze westerse samenlevingen dwingen zich tegen moslims te keren. Hierdoor zouden buitengesloten moslims in Europa geen andere keuze meer hebben dan te radicaliseren en in de handen van IS gedreven worden. Al-Baghdadi voorspelde zo een onvermijdelijke, gewelddadige tweestrijd—een soort burgeroorlog—tussen gelovigen en ongelovigen in het Westen.

Aanslag in Duitsland

De meest recente aanslag geïnspireerd door IS werd door Abdul Ballout gepleegd in Duitsland op 25 juli 2026 toen hij met een bestelbus inreed op mensen die participeerden aan de Pride-festiviteiten. Er was een plot twist: de dader bleek een voormalige sjiiet te zijn. Hoe kan een sjiiet in een IS’er veranderen? IS heeft een bloedhekel aan sjiieten. Waarom is een sjiiet die in Duitsland is geboren een IS’er geworden? Dit zou o.a. kunnen komen door westerse intolerantie, de opkomst van AfD en jarenlange hetze tegen islam en moslims van Geert Wilders en de onvoorwaardelijke steun van de Duitse autoriteiten aan Israël die verstikkend werkt in Duitsland waar critici van dit beleid vervolgd worden. Gooi daar een oorlog tegen Iran als bonus overheen en dan heb je een giftige cocktail die tot ellende leidt.

Maar IS heeft uiteindelijk wel bereikt wat ze wilden: een in Duitsland geboren sjiiet in hun handen gedreven. Een verklaring hiervoor is de verrechtsing van de autochtone Europeanen wat weer tot verrechtsing van allochtonen leidt, wat ervoor heeft gezorgd dat Ballout de religie van zijn vader vaarwel heeft gezegd en voor de meest extreem-rechtse versie van de islam heeft gekozen, namelijk die van IS.

Ballout was nog niet geboren toen de 911-aanslagen in de VS en vooral de agressieve reactie van Washington de wereld veranderden, maar je ziet hoe hij mogelijk door intolerantie van autochtonen verzuurd is geraakt en vatbaar is geworden voor radicalisering en uiteindelijk veranderd in een wapen voor IS. De autochtone Europeaan was weer geradicaliseerd door 911, maar de daders van die aanslagen waren weer geradicaliseerd door Westerse bemoeienis met de islamitische wereld, vooral in het Midden-Oosten en meer specifiek Israël. Je ziet dus hoe dit een vicieuze cirkel is in een context van constante actie-reactie die meer olie op het vuur gooit en waar moeilijk uit te geraken is.

drs. Ali al-Ilami

Van koloniale grootheidswaanzin tot de drone-paradox: waarom de wetten van de geopolitiek niet buigen voor ideologie

In een tijd waarin de krantenkoppen dagelijks gedomineerd worden door escalaties in het Midden-Oosten en radicale internettrollen de toon bepalen op sociale media, raakt het publieke debat de realiteit weleens kwijt.

Online circuleren de meest megalomane scenario’s: van complottheorieën over een ‘Groot-Israël’ dat even het halve Midden-Oosten opslokt, tot radicale claims dat landen als Turkije of Pakistan “binnenkort aan de beurt zijn om aangepakt te worden door Israël.”

Zelfs het slopen van de Al-Aqsa-moskee om plaats te maken voor een Derde Tempel is door de verschuiving in het Amerikaanse en Israëlische politieke landschap anno 2026 uit de marge van internetforums getrokken.

Maar wat gebeurt er als we de ideologische retoriek wegstrippen en de harde wetten van de geschiedenis, demografie en moderne militaire logica toepassen?

Recent voerden enkele militaire experts een diepgaand, nuchter gesprek over de werkelijke grenzen van militaire macht. De conclusie is even helder als ontnuchterend voor elke extremist: geopolitieke realiteit buigt niet voor grootheidswaanzin.

Dit zijn de belangrijkste inzichten uit die discussie, opgetekend om de kennis te delen met het grote publiek.

Les 1: De Echo van het Verleden (Algerije als blauwdruk)

Om te begrijpen waarom moderne bezettingen mislukken, moeten we terug naar de negentiende eeuw. In 1830 viel Frankrijk Algerije binnen met een expliciet doel: het land transformeren tot een integraal onderdeel van Frankrijk proper. Geen verre overzeese kolonie, maar officiële Franse provincies (departementen). Op papier was de Middellandse Zee de Seine van het zuiden geworden.

Waarom lukte Frankrijk dat destijds, ondanks decennia van bloedig Algerijns verzet onder leiding van figuren als Emir Abdelkader? Het antwoord ligt in de demografische verhoudingen. In 1830 telde het Franse vasteland ruim 32 miljoen inwoners, terwijl de inheemse Algerijnse bevolking op slechts 3 miljoen werd geschat. Frankrijk had een numeriek overwicht van meer dan 10 tegen 1.

Door brute ‘pacificatie’, verschroeide-aardepolitiek en geïmporteerde ziektes stortte de Algerijnse bevolking in de decennia daarna zelfs met 10% tot 15% in, terwijl honderdduizenden Europese kolonisten (pieds-noirs) het land overnamen.

Frankrijk kon Algerije destijds overweldigen door de pure industriële schaal en demografische massa van het Franse thuisfront. Maar die tijden zijn voorgoed voorbij.

Les 2: De Onbarmhartige Demografische Rekensom van Nu

Wanneer radicale supporters van Israël vandaag de dag beweren dat een land van 10 miljoen inwoners “wel even 2 miljard moslims afmaakt” of de giganten van de regio kan annexeren, negeren zij de wetten van de demografie die Frankrijk in 1830 in de kaart speelden.

De verhoudingen zijn vandaag de dag volledig omgedraaid.Als we kijken naar de landen die in de ‘Groot-Israël’-complotten worden genoemd—Palestina, Libanon, Jordanië, Syrië, Egypte en Irak—dan praten we over een gecombineerde, hoogst verstedelijkte en intens patriottische bevolking van ruim 225 miljoen mensen. Egypte alleen al passeert de 115 miljoen inwoners.

Israël heeft een actieve militaire macht van zo’n 170.000 soldaten. De militaire doctrine stelt dat je voor een succesvolle stabilisatie en bezetting van een vijandige bevolking ongeveer 20 soldaten per 1.000 inwoners nodig hebt. Om dit gigantische gebied te controleren, zou Israël miljoenen bezettingssoldaten nodig hebben die het simpelweg niet heeft. De soldaten zouden letterlijk verdrinken in de massa.

Bovendien is de bewering dat Israël “in zijn eentje tegen 2 miljard moslims vecht” een geopolitieke fabel. De islamitische wereld is diep verdeeld. Landen als Saoedi-Arabië, de VAE, Jordanië en Egypte werken achter de schermen vaak nauw samen met Israël en de VS op het gebied van veiligheid, omdat zij dezelfde regionale vijanden (zoals de door Iran gesteunde netwerken) vrezen.

Les 3: De Amerikaanse Levenslijn

De mythe van het kleine, onoverwinnelijke land dat alles alleen kan, negeert de absolute hoeksteen van de Israëlische defensie: de Verenigde Staten. Israël beschikt over een technologisch hoogstaand leger, maar het functioneert op een Amerikaanse levenslijn.

In een langdurige oorlog raakt munitie voor gevechtsvliegtuigen, artillerie en het Iron Dome-luchtafweersysteem simpelweg op. Zonder de constante bevoorrading via Amerikaanse transportvliegtuigen staat de defensie binnen korte tijd stil. Voeg daar het diplomatieke schild aan toe dat de VS met zijn veto-recht in de VN-Veiligheidsraad biedt om Israël te beschermen tegen economische sancties, en het wordt duidelijk: de retoriek van “wij kunnen de hele wereld aan” is een gevaarlijke misvatting die de totale afhankelijkheid van westerse bondgenoten angstvallig doodzwijgt.

Les 4: Waarom de Oorlogen in Irak en Afghanistan de Limieten Bewijzen

Als een wereldwijde supermacht als de Verenigde Staten met haar NAVO-bondgenoten de oorlogen in Irak en Afghanistan niet kon “winnen” in de zin van een permanente politieke onderwerping, hoe zou een klein land dat dan wel kunnen in het Midden-Oosten?

De post-9/11 conflicten hebben bewezen dat hightech wapens en totale dominantie in de lucht niet langer gelijkstaan aan overwinning op de grond. De introductie van goedkope, asymmetrische wapens—zoals bermbommen (IED’s) en anti-tankraketten—heeft het bezetten van grondgebied onbetaalbaar gemaakt in termen van menselijke levens en economische kosten.

In Afghanistan hield de Taliban het twintig jaar vol door simpelweg op te gaan in de bevolking en het terrein te gebruiken, om vervolgens binnen enkele weken de macht te heroveren toen de buitenlandse troepen vertrokken. Een modern leger kan een ander leger vernietigen, maar het kan een bevolking die weigert zich te onderwerpen niet langer effectief bezetten.

Les 5: De Drone-Paradox en de Onmogelijkheid van Veilige Bases

Tijdens de oorlogen in Irak en Afghanistan probeerden westerse legers de risico’s te beperken door zich terug te trekken in zwaarbewaakte mega-bases, terwijl ze het “vuile werk” op de grond overlieten aan lokale, getrainde proxy-legers.

Vandaag de dag is die strategie door de explosieve opkomst van goedkope drone-technologie volledig achterhaald. Vroeger boden dikke betonnen muren, mijnenvelden en scheermesdraad bescherming tegen indringers. Tegenwoordig vliegt een consumentendrone van €500 met een kleefbom daar moeiteloos overheen.

Insurgenten hebben nu de beschikking over een eigen miniluchtmacht. Ze kunnen met massale drone-zwermen gevechtsvliegtuigen die miljoenen dollars kosten op de landingsbaan vernietigen, brandstofdepots opblazen en de basis 24/7 in de gaten houden met thermische camera’s.

Bovendien is de financiële rekensom kapot: het kost een insurgent een paar duizend euro om een drone te bouwen, terwijl het Israël of de VS honderdduizenden tot miljoenen euro’s kost om één hightech luchtafweerraket af te vuren om die drone neer te halen. Zodra de munitie opraakt, is de basis vleugellam. Huisvesten in een “veilige basis” bestaat niet meer.

Les 6: De Ultieme Rode Lijn en de Tempel-Paradox

Dit brengt ons bij het meest explosieve onderwerp van het gesprek: de Al-Aqsa-moskee. Met de aanstelling van figuren zoals de Amerikaanse ambassadeur Mike Huckabee en defensietopman Pete Hegseth in de Amerikaanse politiek van 2026, is de discussie over het slopen van de moskee om de Derde Tempel te bouwen angstwekkend mainstream geworden.

Evangelische christenen in de VS steunen dit vanuit apocalyptische profetieën, en radicale ministers in Israël dromen er openlijk van. Maar hier stuiten de fanatici op de ultieme strategische paradox. De Al-Aqsa-moskee is na Mekka en Medina de heiligste plek voor 2 miljard moslims wereldwijd. Het is het enige symbool dat de diep verdeelde islamitische wereld onmiddellijk verenigt.

Het slopen ervan zou een onbeheersbare, wereldwijde religieuze oorlog ontketenen, de directe opzegging van alle bestaande vredesverdragen (zoals met Jordanië en Egypte) betekenen, en leiden tot een onhoudbare ring van vuur rondom Israël.

En stel dat het de radicalen tóch zou lukken om die Derde Tempel te bouwen? Dan stuiten ze op de wetten van de moderne asymmetrische oorlogsvoering. Een Derde Tempel op die specifieke plek zou direct het meest gehate, gezochte en aangevallen statische doelwit op aarde worden. Het bouwen van een tempel kost miljarden en jaren werk; het beschadigen of vernietigen ervan door een vijandige groepering in Libanon, Syrië of de Westelijke Jordaanoever kost slechts één succesvolle kamikazedrone van een paar duizend dollar. Geen enkel luchtafweersysteem is 100% waterdicht.

Israël zou economisch en militair gegijzeld worden door de onmogelijke taak om één gebouw te beschermen tegen een constante regen van asymmetrische aanvallen.

Conclusie: Een Pleidooi voor Realisme

De conclusie van ons gesprek is een belangrijke les voor het grote publiek: laat je niet misleiden door de megalomane retoriek op sociale media. Of het nu gaat om het aanvallen van Turkije (een NAVO-grootmacht met het grootste leger van Europa), het aanpakken van Pakistan (een nucleaire grootmacht met 170 kernwapens en 250 miljoen inwoners), of het slopen van de Al-Aqsa-moskee; het zijn geopolitieke fabeltjes.

Als een mini-strookje als Gaza na jaren van totale blokkade en asymmetrische oorlogsvoering nog steeds niet volledig gedomineerd en gepacificeerd kan worden door een modern leger, dan is elk scenario van continentale uitbreiding pure sciencefiction. De wetten van logistiek, demografie en technologie kunnen niet worden weggebid of weggekletst door radicale politici of internettrollen. In de echte wereld leidt imperial overstretch niet tot glorie, maar tot de onvermijdelijke ondergang van de bezetter zelf.

drs. Ali al-Ilami

De Apocalyptische Alliantie: Wie is de mysterieuze ‘Derde Vijand’ in de Islamitische eindtijd?

Binnen de islamitische eschatologie (de leer van de eindtijd) bevindt zich een fascinerende profetie die moderne geopolitieke analisten al decennia bezighoudt. Volgens verschillende overleveringen (Hadith) zullen moslims in de toekomst een betrouwbaar vredesverdrag en militaire alliantie sluiten met Ar-Rum (Rome), wat in de hedendaagse context vrijwel universeel wordt geïnterpreteerd als de westerse, christelijke wereld (de VS en Europa). Samen zullen zij optrekken om een machtige, gemeenschappelijke “derde vijand” te verslaan. Pas na deze gigantische overwinning valt de alliantie door religieuze trots en onderling wantrouwen uiteen, wat de apocalyptische eindstrijd (Al-Malhama Al-Kubra – Armageddon) in Syrië inleidt.

Omdat deze profetische alliantie nog nooit heeft plaatsgevonden, rijst de cruciale vraag: wie is die mysterieuze derde vijand die zo machtig is dat het Westen en de islamitische wereld wel móéten samenwerken?

In de loop der jaren zijn er verschillende theorieën geopperd om deze vijand te identificeren. Tijdens de jaren ’80 dachten velen dat de Sovjet-Unie de vijand was, toen de VS en de Afghaanse moedjahedien samen vochten tegen het communisme. Dit bleek achteraf niet de vervulling, omdat er geen sprake was van een gezamenlijk leger op het veld.

Vandaag de dag kijken veel theologen naar China, als een hypermachtig, expliciet atheïstisch blok dat een ideologische bedreiging vormt voor zowel het christendom als de islam. Anderen wijzen naar een herrezen Rusland (het historische ‘Derde Rome’) of zelfs naar een ultra-seculiere mondiale dictatuur die alle vormen van traditioneel geloof wil uitbannen. Hoewel deze theorieën elk hun sterke punten hebben, missen ze vaak de complexe, gelaagde realiteit van de moderne geopolitiek.

Als we de profetische teksten leggen naast de huidige brandhaarden op het wereldtoneel, ontstaat er een veel plausibeler en angstaanjagend scenario. De derde vijand is waarschijnlijk niet één enkel land, maar een gigantische, gecoördineerde combinatie van anti-westerse en anti-soennitische krachten. Dit blok vormt een wereldwijd netwerk van grootmachten, marionettenstaten en proxy-milities.

Binnen deze overtuigende theorie bestaat de derde vijand uit drie met elkaar verweven assen:

  1. Het Sjiitische Blok en haar Milities: Iran vormt samen met haar ideologische proxies (zoals Hezbollah in Libanon, de Houthi’s in Jemen en sjiitische paramilitairen in Irak) de regionale speerpunt. Binnen de orthodox-soennitische eindtijdleer worden radicale sjiitische bewegingen uit specifieke regio’s (zoals Khorasan of Isfahan) vaak gezien als vroege opponenten van de mainstream soennitische moslims.
  2. Het Euraziatische Blok: Rusland fungeert als de militaire en strategische ruggengraat, ondersteund door vazalstaten en bezette gebieden zoals Wit-Rusland (Belarus) en de separatistische Donbas-republieken.
  3. De Aziatische Supermacht: China, met haar immense economische en technologische dominantie, trekt samen op met onvoorspelbare bondgenoten zoals Noord-Korea.

Wanneer we deze groepen en hun wereldwijde netwerken bij elkaar optellen, zien we pas echt een macht verschijnen die de kwalificatie “onvoorstelbaar misdadig en machtig” verdient.

Dit scenario verklaart op perfecte wijze de noodzaak van de alliantie tussen Rome (het Westen) en het islamitische blok. In de huidige geopolitieke realiteit zijn het met name de grote soennitische machten (zoals Saudi-Arabië, de Golfstaten, Jordanië en in zekere mate Turkije) die diepe strategische en militaire banden onderhouden met de Verenigde Staten en Europa.

Als de as van Rusland, China en Iran militair zou doorbreken in het Midden-Oosten, ontstaat er voor beide partijen een existentiële crisis. Het Westen verliest definitief haar grip op de wereldbol en de cruciale maritieme handelsroutes. De soennitische landen riskeren totale overheersing of vernietiging door Iran en haar proxies. Op dat moment worden theologische verschillen tussen het Westen en de moslimwereld opzijgeschoven. Ze worden gedwongen om schouder aan schouder te vechten in een totale wereldoorlog om te overleven.

Volgens de overleveringen zal deze gecombineerde megamacht na een bloedige strijd volledig worden verslagen door de alliantie, wat leidt tot een ongekende oorlogsbuit. Echter, de profetie waarschuwt dat de vrede van korte duur is. Juist op het moment van de overwinning, wanneer de legers uitrusten, zal de sluimerende religieuze trots weer de kop opsteken. Het incident waarbij een Romeinse soldaat het kruis heft en de eer opeist, zal de alliantie doen barsten. Rome zal zich keren tegen haar soennitische bondgenoten, wat de wereld rechtstreeks naar de poorten van de echte eindstrijd leidt, die uiteindelijk leiden tot de komst van de Anti-Christ en de terugkeer van Jezus in Damascus.

Binnen de islamitische eschatologie is de status van Jeruzalem en het lot van Israël een van de allereerste grote gebeurtenissen. De profetieën stellen dat vóór de alliantie met Rome plaatsvindt, Jeruzalem een centrale rol krijgt in de moslimwereld (vaak gekoppeld aan de komst van de Mahdi of de bloei van Medina en Jeruzalem). Veel analisten concluderen hieruit dat de staat Israël in haar huidige vorm, als zionistische entiteit, tegen de tijd van de alliantie al zware nederlagen heeft geleden of geopolitiek is geneutraliseerd door de eerdere conflicten met Iran en haar proxies. Het land is dan simpelweg geen dominante speler meer op het wereldtoneel. Een andere theorie is dat de Anti-Christ’s komst juist als doel heeft om Israël opnieuw te stichten nadat het eerder is verdwenen en vervangen door een Kalifaat met Jeruzalem als de islamitische hoofdstad.

Terwijl de wereldpolitiek steeds verder polariseert en de blokken zich verharden, kruipen de eeuwenoude profetieën en de actuele krantenkoppen steeds dichter naar elkaar toe. Wat ooit een ondenkbaar scenario leek — het Amerikaanse leger dat samen met traditionele moslimlegers vecht tegen een gedeelde vijand — begint in het huidige geopolitieke klimaat angstaanjagend realistisch te worden.

drs. Ali al-Ilami

Het Westerse narcisme en de verschuiving van de wereldorde

Het Westen bevindt zich in een diepe geopolitieke slaap, terwijl de rest van de wereld in hoog tempo wakker wordt. In een prikkelende lezing legt de invloedrijke Singaporees diplomaat en academicus Kishore Mahbubani de vinger op de zere plek. Hij stelt dat de tweehonderd jaar durende hegemonie van de westerse wereld definitief voorbij is. Wat overblijft, is een eenzame, narcistische beschaving die verblind is door haar eigen vermeende superioriteit.

Volgens Mahbubani begon de intellectuele misstap direct na de Koude Oorlog in 1990. Het Westen vierde de overwinning op de Sovjet-Unie en raakte ervan overtuigd dat de liberale democratie het eindstation van de menselijke geschiedenis was. Men nam gemakshalve aan dat de overige 88% van de wereldbevolking het westerse model blindelings zou kopiëren.

Deze arrogante houding suste westerse intellectuelen in slaap. Exact op dat moment besloten andere beschavingen, zoals China en India, juist wakker te worden. Terwijl China de beste veertig jaar uit zijn millennia-oude geschiedenis doormaakte, weigerde het Westen dit succes te erkennen omdat het land niet liberaal-democratisch is.

Een tweede cruciale fout is de westerse drang naar militaire interventie. Hoewel westerse landen zichzelf zien als vreedzaam en rechtvaardig, is het Westen de afgelopen dertig jaar extreem ‘trigger happy’ geworden. Men dacht democratie en vrijheid te kunnen verspreiden via bombardementen.

Mahbubani noemt een reeks voorbeelden van illegale acties die het internationale recht schonden:

  • Belgrado (1999): Bombardementen zonder mandaat van de VN-Veiligheidsraad.
  • Irak (2003): Een illegale invasie die zelfs door bondgenoten Frankrijk en Duitsland werd afgeraden.
  • Libië (2011): De NAVO-interventie veranderde een stabiel land met goede levensvoorzieningen in een permanent gefaalde staat.

Het gebrek aan zelfreflectie in het Westen over de miljoenen verwoeste levens is stuitend, maar de rest van de wereld kijkt mee en onthoudt alles.

De westerse hypocrisie komt het scherpst naar voren bij mondiale instituten zoals het IMF en de Wereldbank. Hoewel het Westen de mond vol heeft van meritocratie, is de top van deze organisaties al 18 jaar een exclusief westerse aangelegenheid. De topman van het IMF moet een Europeaan zijn, die van de Wereldbank een Amerikaan. Hiermee sluit de 12% westerse minderheid de overige 88% van de wereldbevolking structureel uit van leiderschap.

De verschuiving die we nu meemaken is geen plotselinge chaos, maar een historische herbalancering. Aziatische samenlevingen eisen simpelweg hun natuurlijke plek op het wereldtoneel weer op. Het gevaar schuilt erin dat het Westen weigert deze realiteit te accepteren. Het krampachtig vasthouden aan de absolute macht verstoort het internationale beleid en wakkert nieuwe conflicten aan. Het Westen zal onder ogen moeten zien dat de wereld onomkeerbaar multi-civilizationeel is geworden.

Met dit in het achterhoofd wordt wel duidelijker waarom de VS zo aan het falen is in de Iran-oorlog en toen ze in Venezuela een president en zijn vrouw gingen ontvoeren, stuk voor stuk illegale acties en overschatting van zichzelf in een veranderde wereldorde.

drs. Ali al-Ilami

“Blijf maar vasten tot je vijftigste?” De ongemakkelijke islamitische discussie over huwelijk, eenzaamheid en fitna

In veel moderne samenlevingen is het huwelijk veranderd van een vanzelfsprekende levensfase naar iets dat steeds verder wordt uitgesteld. Eerst moet de opleiding worden afgerond, daarna moet er een vaste baan zijn, financiële zekerheid, een eigen woning en een stabiele carrière. Voor veel mensen betekent dit dat trouwen pas gebeurt wanneer men dertig of zelfs veertig jaar oud is.

Maar binnen de islamitische traditie wordt steeds vaker een ongemakkelijke vraag gesteld: wat gebeurt er wanneer mensen jarenlang geen mogelijkheid krijgen om te trouwen? Is het realistisch om van iemand te verwachten dat hij of zij tientallen jaren alleen blijft en simpelweg “geduldig blijft” of “meer gaat vasten”?

De profeet Mohammed ﷺ zei:

“O jongeren, wie van jullie in staat is om te trouwen, laat hem trouwen. Want het helpt de blik neer te slaan en de kuisheid te bewaren. En wie daartoe niet in staat is, laat hem vasten, want dat is een bescherming voor hem.”

(Sahih al-Bukhari en Sahih Muslim)

Deze hadith wordt vaak aangehaald wanneer iemand niet kan trouwen. Maar sommige islamitische geleerden benadrukken een belangrijk punt: vasten werd niet bedoeld als een permanente vervanging voor het huwelijk.

Vasten kan iemand helpen om zelfbeheersing te ontwikkelen, maar het verwijdert niet de menselijke behoefte aan liefde, intimiteit, gezelschap en een gezin. Een persoon die twintig, dertig of veertig jaar alleen blijft, kan met enorme uitdagingen worden geconfronteerd.

Daarom waarschuwen sommige geleerden voor het ontstaan van fitna. Dit begrip wordt vaak vertaald als “beproeving” of “verleiding”, maar in deze context kan het ook wijzen op sociale en morele problemen die ontstaan wanneer natuurlijke menselijke behoeften langdurig geen toegestane uitweg vinden.

De discussie gaat hierbij niet alleen over seksuele verleiding. Eenzaamheid zelf kan een zware beproeving zijn. Mensen hebben behoefte aan verbondenheid, waardering en emotionele steun. Een samenleving die mensen jarenlang vertelt dat zij eerst aan steeds hogere voorwaarden moeten voldoen voordat zij mogen trouwen, kan onbedoeld een situatie creëren waarin veel mensen achterblijven.

Daarom bekritiseren sommige islamitische huwelijksexperts ouders die het huwelijk van hun kinderen onnodig uitstellen. Een veelgehoorde uitspraak is: waarom moet een jonge man of vrouw wachten tot alle omstandigheden perfect zijn? Waarom kunnen families niet helpen, bijvoorbeeld door jonge echtparen tijdelijk bij ouders te laten wonen of financieel te ondersteunen?

De Qur’an zegt:

“En huw de ongehuwden onder jullie uit. Als zij arm zijn, zal Allah hen verrijken vanuit Zijn gunst.”

(Qur’an 24:32)

Dit vers wordt door veel geleerden gezien als een waarschuwing tegen het idee dat armoede automatisch een reden is om huwelijk onmogelijk te maken.

Tegelijkertijd moeten we oppassen voor een andere fout: iemand die ongehuwd blijft, is niet automatisch een mislukt persoon. Niet iedereen vindt een partner, ondanks oprechte pogingen. Sommige mensen hebben gezondheidsproblemen, sociale beperkingen, financiële moeilijkheden of andere omstandigheden die huwelijk ingewikkeld maken. Islamitisch gezien wordt een mens niet beoordeeld op het feit dat hij of zij getrouwd is, maar op geloof, karakter en daden.

Toch blijft de vraag staan: verwachten we soms te veel van mensen?

Een religie die huwelijk ziet als bescherming tegen verleiding en als bron van rust en barmhartigheid kan moeilijk tegelijkertijd doen alsof tientallen jaren zonder huwelijk geen enkele uitdaging vormen. De oplossing is daarom niet om ongehuwde mensen te veroordelen, maar ook niet om de realiteit van hun strijd te negeren.

De islamitische boodschap lijkt uiteindelijk twee kanten te hebben: wie niet kan trouwen moet geduld en zelfbeheersing nastreven, maar families en gemeenschappen hebben ook een verantwoordelijkheid om huwelijk niet onnodig moeilijk te maken.

Misschien is de echte vraag niet alleen: “Waarom trouwt deze persoon niet?” Maar ook: “Welke obstakels heeft onze samenleving gecreëerd waardoor huwelijk voor velen steeds moeilijker wordt?”

drs. Ali al-Ilami

Wat een krachtige en schokkende Trumpiaanse dreun

De opeenvolgende westerse regeringen leken sterk op “getemde honden” die — als het ware instinctief — het beleid van het Witte Huis volgden en daarbij decennialang het principe hanteerden: “Steun je broer, of hij nu onrecht pleegt of onrecht wordt aangedaan.”
Deze regeringen stonden zonder enig voorbehoud en zonder de minste tegenwerping achter het piraten- en gangsterbeleid van opeenvolgende Amerikaanse regeringen, zelfs wanneer dat beleid een openlijk agressief karakter had, zoals bijvoorbeeld — maar niet uitsluitend — bij de invasie van Irak.

Sommigen van hen steunden zelfs de ontvoering van de Venezolaanse president Maduro!

In dit verband herinner ik me overigens een beroemde cartoon die de Britse krant The Guardian publiceerde, getekend door Steve Bell. Daarin werd de voormalige Britse premier Tony Blair afgebeeld als een hond met een halsband, voortgetrokken door de Amerikaanse president George W. Bush.
Die cartoon was een schokkende verbeelding van de mate van onderdanigheid en onbegrensde steun die Blair gaf aan de Amerikaanse regering bij de invasie van Irak — een invasie waarvan Blair later zelf toegaf dat de rechtvaardiging ervan volledig vals was, zonder dat hij of Bush ooit de moed had om zich te verontschuldigen of het Iraakse volk te compenseren voor de slachtoffers en de verwoesting.

Maar nu…

Nu leven de meeste Europese regeringsleiders in een toestand van onderhuidse spanning en ingehouden woede, met aanvallen van krampachtige verontwaardiging en boosheid over het beleid van Trump, dat hun belangen minacht en sommigen van hen bespot.
Ze staan machteloos tegenover zijn strategieën, die de veiligheids- en economische belangen van het Westen negeren, en zelfs zijn expansiedrift kent geen grenzen — tot en met het idee om Groenland in te lijven.

Zelfs de Britse premier Sir Keir Starmer uit zijn machteloze onvrede omdat Trump de opofferingen van de Britse en NAVO-troepen in Afghanistan heeft gebagatelliseerd!
Overigens: wat deed de NAVO eigenlijk in Afghanistan, terwijl zij werd opgericht als een zogenaamd “defensief” en geen offensief bondgenootschap? Het is dezelfde NAVO die vandaag met al haar macht achter Zelensky staat tegen Poetin.

Zo zien we vandaag hoe beleid van onderdanigheid, hypocrisie en meten met twee maten als een boemerang is teruggekeerd naar de hoofden van zijn eigen makers — in de vorm van een krachtige, schokkende Trumpiaanse dreun, die de naaktheid blootlegt van hun verloren, misleidende en vermeende soevereine onafhankelijkheid.

Tot slot moeten we hieraan toevoegen dat er eigenlijk geen groot verschil bestaat tussen Trump en eerdere Amerikaanse presidenten, behalve in één opzicht:
wat zij in het geheim planden en vanuit gesloten kamers uitvoerden, doet Trump openlijk en op theatrale wijze.

Mahdi Qasim

Redactie: Duitsland en Groot-Brittannië stonden achter de genocide van Israël in Gaza, en andere westerse landen stonden achter de VS toen het illegaal Irak binnenviel, dit zijn maar twee voorbeelden die aantonen hoe deze landen gezamenlijk het internationaal recht hebben gesloopt. Nu Trump Groenland dreigt in te nemen en deze landen slachtoffer worden van de VS roepen ze “dit druist in tegen internationaal recht”. Toen ze bezig waren met dit te slopen beseften ze niet dat dit hun bescherming was tegen geweld van wereldmachten. Nu ze dit willen inzetten tegen de VS, lacht Trump hen alleen maar uit.

Ook blijkt maar weer dat de moslims, die riepen dat dit internationale systeem een farce was en dat men zich aan de principes van de islam dient te houden en niet dit leugenachtige systeem, gelijk hadden in tegenstelling tot de pseudo-moslims die voor de leugens van de VS waren gevallen.

De harde waarheid over moslimimmigratie en westerse economische crises

Een grote reden waarom veel westerse landen een negatieve houding hebben tegenover immigranten, vooral moslimimmigranten, is dat ze aanzienlijke verliezen in rijkdom, macht en werkgelegenheid ervaren. In wezen hebben ze te maken met economische problemen en, in sommige gevallen, beginnen ze te lijken op de landen waar ze vroeger op neerkeken. Veel van deze westerse landen werden rijk door oorlogen, kolonisatie en het uitbuiten van middelen en mensen in verschillende regio’s, zoals Afrika en de Amerika’s. Nu die middelen verminderen, hebben ze te maken met serieuze financiële problemen.

Eerlijk gezegd zou ik immigranten aanraden twee keer na te denken voordat ze naar het Westen verhuizen. Het is niet meer wat het ooit was, en er is veel strijd gaande. De rijkdom die er vroeger was, lijkt langzaam te verdwijnen, en wat ooit een droom was, is nu meer een uitdaging. Kijk bijvoorbeeld naar wat er gebeurt met Amerika en Groenland. Het lijkt erop dat er interesse is in dat gebied omdat het rijk is aan natuurlijke hulpbronnen en zeldzame aardmetalen. Amerika is echt geïnteresseerd in die rijkdom en lijkt er niet voor terug te deinzen die van Denemarken af te nemen, vreedzaam of met oorlog, zelfs als dat betekent dat het tegenover heel Europa komt te staan.

Liam Gallagher

Venezuela aan de rand van hegemonie.. hoe het cowboy-imperium zijn crises exporteert

Prof. dr. Nouri Hussein Noor al-Hashimi

Wat zich vandaag in Venezuela afspeelt, is geen uitzonderlijke gebeurtenis en evenmin een tijdelijke afwijking in het Amerikaanse politieke gedrag. Het is een openlijke uiting van een diepgewortelde doctrine die berust op inmenging, bevoogding en het opleggen van wil door middel van macht. Het is een nieuwe schakel in een lange keten waarin de Verenigde Staten zichzelf, zonder mandaat, tot wereldpolitie hebben uitgeroepen, daarbij de soevereiniteit van staten en de regels van het internationaal recht negerend, en achteloos voorbijgaand aan de zware menselijke en politieke tol die hun interventies eisen van volkeren en de stabiliteit van landen.

De openlijke agressie tegen een onafhankelijke staat, en de daarbij horende praktijken die het staatshoofd en de politieke veiligheid raken, roepen onvermijdelijk vertrouwde beelden op uit Irak, Libië en Chili, en uit talloze andere arena’s daarvoor en daarna. Al deze landen betaalden de prijs voor wat ten onrechte werd verkocht als “Amerikaanse democratie” in de vorm van bloedvergieten, verwoesting en diepe maatschappelijke ontwrichting.

Irak, dat door Washington lange tijd werd gepresenteerd als een democratisch model voor het Midden-Oosten, veranderde in een schrijnend voorbeeld van een staat die werd uitgeput door sektarische verdeeldheid, gewapend geweld en structurele corruptie, waarbij de burger de grootste verliezer bleef. Syrië toont op zijn beurt duidelijk de gevolgen van directe en indirecte Amerikaanse inmenging: de staatsstructuur viel uiteen, de stabiliteit verdween en de deur werd geopend voor de expansie van gewapende groeperingen, terwijl het volk alleen de rekening betaalde. Libië vormde misschien wel het meest expliciete voorbeeld van hoe westerse interventie veranderde in een kracht van totale vernietiging: staatsinstellingen werden omvergeworpen en het land werd in open chaos gestort, waarmee opnieuw werd aangetoond dat de beloofde “democratie” niet meer was dan een dekmantel voor louter strategische en economische belangen.

De recente geschiedenis heeft ondubbelzinnig aangetoond dat de Verenigde Staten de mentaliteit van de “cowboyfilms” nooit hebben verlaten: “gerechtigheid” wordt opgelegd vanuit de loop van een geweer, wetten worden op maat van belangen gesneden en de wereld wordt vervolgens geacht te applaudisseren. Deze simplistische denkwijze, die de wereld reduceert tot naïeve tegenstellingen van “goed” en “kwaad”, heeft van Washington een belangrijke factor van internationale instabiliteit gemaakt – niet alleen via directe oorlogen, maar ook door het managen van chaos, het steunen van staatsgrepen en het creëren van crises die worden uitgevochten met lokale middelen en niet-Amerikaans bloed.

In Venezuela hoeft men zich weinig moeite te getroosten om de kern van het conflict te begrijpen. Achter de gepolijste slogans over mensenrechten en democratie schuilen natuurlijke rijkdommen – met olie voorop – als de ware motor van deze escalatie. Een land met een van de grootste olievoorraden ter wereld mag, volgens de logica van imperiale hegemonie, zijn beleid niet zelfstandig bepalen en zijn lot niet los van externe dictaten vormgeven.

Dit gedrag wordt nog agressiever wanneer het samenvalt met verstikkende interne crises binnen de Verenigde Staten zelf: exploderende schulden, toenemende inflatie, een groeiende sociale kloof en een relatieve terugval in productieve capaciteit tegenover de opkomst van concurrerende internationale machten. In zulke omstandigheden wordt het buitenland een ideaal toneel om structurele crises af te wentelen via politieke of militaire escalatie die de wapenindustrie stimuleert en een “externe vijand” creëert, geschikt voor electorale en mediaconsumptie.

In die zin is wat er in Venezuela gebeurt geen lokale of regionale aangelegenheid, maar een bijkomend bewijs van een ontspoord internationaal systeem, geleid door een macht die gewend is haar crises naar anderen te exporteren en haar economische en militaire ambities te verpakken in een moreel discours dat al lang zijn geloofwaardigheid heeft verloren.

De agressie tegen Venezuela kan dan ook niet los worden gezien van het ideologische kader dat het Amerikaanse gedrag in Latijns-Amerika sinds het begin van de negentiende eeuw heeft bepaald: de zogenoemde Monroe-doctrine. Wanneer een Amerikaanse president vandaag in een openbare verklaring naar deze doctrine verwijst of er subtiel op zinspeelt als leidraad voor beleid, kan dat onmogelijk worden afgedaan als een onschuldige historische verwijzing. Het is een expliciete aankondiging van het voortbestaan van een logica van voogdij en geografisch monopolie. De slogan “Amerika voor de Amerikanen”, ooit gehesen om Europees kolonialisme te weren, veranderde in de praktijk in een open mandaat voor inmenging, staatsgrepen, blokkades en het verhinderen van elke onafhankelijke politieke koers in Latijns-Amerika. Wat vandaag in Venezuela gebeurt, is niets anders dan een grove actualisering van deze oude doctrine in de taal van de eenentwintigste eeuw: de instrumenten veranderden, maar de koloniale logica bleef dezelfde.

En terwijl het Amerikaanse discours zichzelf telkens presenteert als drager van de “fakkel van vrijheid”, onthullen de feiten ter plaatse een scherpe tegenstelling tussen woord en daad. Democratie die wordt opgelegd via verstikkende sancties, economische blokkades en steun aan staatsgrepen is niets meer dan een instrument van politieke chantage. In Venezuela, net als eerder in Irak en Libië, werd de samenleving doelbewust uitgeput, de economische structuur ondermijnd en het land naar de rand van instorting geduwd, om vervolgens de politieke leiding alleen verantwoordelijk te stellen voor de gevolgen – een doelbewuste misleiding die de destructieve externe rol negeert.

De zogenoemde “slimme sancties” bleken daarbij slechts slim in hun wreedheid. Ze doen geen regimes vallen, maar breken samenlevingen; ze herstellen geen economieën, maar produceren chaos, gedwongen migratie en gedocumenteerde humanitaire rampen, zoals de ervaringen van Venezuela, Iran en andere landen duidelijk aantonen.

Het beeld is onvolledig zonder stil te staan bij de rol van de media als complementaire arm van politieke en militaire actie. Voor elke interventie wordt een narratieve oorlog gevoerd waarin een kant-en-klare karikatuur wordt geconstrueerd: een “dictatoriaal” regime, een “onlegitieme” president en een volk dat “op redding wacht”. Met deze propagandataal wordt een complexe werkelijkheid gereduceerd tot gemakzuchtige koppen en wordt interventie gepresenteerd als een morele plicht in plaats van een belangenproject.

De ervaring heeft keer op keer bewezen dat het omverwerpen van staten geen naties opbouwt en het ontmantelen van instituties geen democratieën voortbrengt. Wat Amerikaanse interventies nalieten, zijn fragiele staten, verdeelde samenlevingen, uitgeputte economieën en strategische vacuüms die al snel worden opgevuld door chaos of extremere krachten.

Samenvattend maakt wat Venezuela vandaag ondergaat deel uit van een lang traject van Amerikaans beleid dat is gebaseerd op dictaat in plaats van partnerschap en op macht in plaats van recht. Het is een pad dat geen rechtvaardigere of veiligere wereld heeft opgeleverd, maar juist meer verdeeldheid en instabiliteit. Naarmate de crises binnen de Verenigde Staten zelf verergeren, lijkt het exporteren van die crisis naar het buitenland een favoriete optie te zijn geworden – een kortzichtige keuze die de ineenstorting niet uitstelt, maar verdiept.

Venezuela is in deze context geen uitzondering, maar een scherpe waarschuwing uit een wereld die nog altijd wordt bestuurd volgens de logica van het geweer, hoezeer de maskers ook veranderen en de slogans van kleur wisselen.

De Verenigde Staten plaatsen Venezuela onder hun gezag

Dr. Rafed Hamid Faraj al-Qadi

De Verenigde Staten hebben via officiële verklaringen en zorgvuldig geregisseerde mediacampagnes bekendgemaakt dat de Venezolaanse president Nicolás Maduro en zijn echtgenote “gezocht worden door justitie”. De formulering wekt de indruk alsof zij reeds zijn gearresteerd, terwijl de internationale rechtsorde ondubbelzinnig bevestigt dat zij nog steeds aan de macht zijn en volledige soevereine immuniteit genieten volgens het internationaal publiekrecht.

De ernst van deze aankondiging ligt echter niet zozeer in de strafrechtelijke inhoud, maar in de politieke betekenis ervan. Het gaat hier niet om een louter juridische vervolging, maar om een diepgaande verschuiving in de structuur van het internationale systeem. Een verschuiving waarin het begrip soevereiniteit wordt hertekend, machtsverhoudingen opnieuw worden uitgestippeld en rechtvaardigheid wordt gereduceerd van een universele waarde tot een instrument van hegemonie.

De keuze voor Venezuela is geen toeval. Maduro is niet zomaar een staatshoofd tegen wie beschuldigingen worden geuit, maar het symbool van een politiek project dat zich verzet tegen Amerikaanse dominantie. Venezuela bezit ’s werelds grootste bewezen oliereserves, maar koos voor een discours van soevereiniteit in plaats van gedwongen integratie, en voor allianties met tegenstanders van Washington in plaats van onderwerping. De prijs daarvoor was hoog: een verstikkende economische blokkade, systematische diplomatieke isolatie en herhaalde pogingen om de machtsstructuur van binnenuit te hertekenen via extern gesteunde oppositie.

In deze context wordt de president van een politieke actor tot een “bedreiging” gemaakt, en verandert de staat van een soeverein geheel in een “doelwit”. De juridische waarheid wordt hervormd tot een politiek inzetbaar instrument.

De aanklachten tegen Maduro – variërend van witwaspraktijken tot drugshandel – kunnen niet los van hun context worden gelezen. Ze zijn geen op zichzelf staande strafdossiers, maar strategische boodschappen die verder reiken dan Venezuela alleen. Het zijn waarschuwingen aan elke staat die overweegt de regels van gehoorzaamheid te doorbreken, aan elk politiek systeem dat denkt buiten de vooraf getrokken rode lijnen te kunnen opereren, en aan elke leider die vertrouwt op volkslegitimiteit of nationale rijkdom in plaats van op van buitenaf opgelegde erkenning.

Het internationaal recht, dat expliciet de immuniteit van zittende staatshoofden erkent, wordt hier een rekbaar concept dat naar gelang de belangen wordt opgerekt of ingeperkt. Rechtvaardigheid is geen neutrale waarde meer, maar beleid geworden. De normen zijn niet gelijk, maar uitgesproken selectief: bondgenoten worden vrijgesteld ongeacht hun daden, tegenstanders gecriminaliseerd ongeacht hun argumenten.

De directe sancties tegen de echtgenote van Maduro en het bevriezen van haar tegoeden onthullen een nog radicalere logica. Niet alleen de politieke actor wordt geviseerd, maar ook zijn familiale en symbolische omgeving. Het doel is het systeem van binnenuit te ontmantelen en elk sociaal of moreel draagvlak te vernietigen. Dit is een vorm van collectieve bestraffing die geen onderscheid meer maakt tussen staat en vertegenwoordigers, tussen macht en omgeving, en die elke vorm van verzet criminaliseert als afwijking van de “internationale orde”.

Het grootste gevaar schuilt echter niet in de persoon van Maduro of in de Venezolaanse casus op zich, maar in het precedent dat hiermee wordt geschapen. Venezuela fungeert als politiek laboratorium waarin de grenzen van macht worden getest en de mate waarin nationale soevereiniteit kan worden uitgehold wordt afgemeten.

Staten met strategische grondstoffen – olie, gas, vitale handelsroutes – die weigeren zich automatisch te schikken naar de Amerikaanse invloedssfeer, worden blootgesteld aan dit samengestelde model van aanval. Recht wordt een opgeheven zwaard, terwijl bondgenoten ongehinderd passeren, hoe ernstig hun schendingen ook zijn. De nieuwe, stilzwijgend gevormde regel luidt dat gehoorzaamheid de ware maatstaf van legitimiteit is – niet democratie, niet recht, niet de wil van het volk.

Wat vandaag gebeurt, herdefinieert de betekenis van soevereiniteit tot in haar kern. Presidenten zijn niet langer beschermd door staatsgrenzen, staten niet meer door een stabiel internationaal recht. Iedereen kan worden opgenomen op politieke aanklachtenlijsten onder juridische benamingen. De dreiging is niet langer uitsluitend militair, maar ook juridisch, economisch en symbolisch: ze begint met een verklaring van “gezocht”, gaat verder met het bevriezen van tegoeden en eindigt met uitsluiting van het mondiale financiële systeem.

Na Venezuela rijst niet de vraag wat het lot van Maduro zal zijn, maar wat het lot wordt van elke staat die weigert partij te kiezen, elk systeem dat zijn eigen legitimiteit definieert, en elk volk dat eist dat zijn soevereiniteit niet onderhandelbaar is.

Wat Venezuela is overkomen, is geen op zichzelf staand incident, maar een onuitgesproken aankondiging van een nieuw tijdperk in de internationale orde. Een tijdperk waarin grote machten het lot van staten bepalen, waarin rechtvaardigheid en legitimiteit worden herschreven en waarin recht geen autonome waarde meer is, maar een strategisch wapen en een drukmiddel.

Het gevaar schuilt niet alleen in de mogelijkheid van arrestatie of berechting van individuen, maar in de herdefiniëring van de relatie tussen staat en internationaal recht. Soevereiniteit is geen geografisch gegeven meer en geen bescherming van nationale macht, maar een afgeleide van de mate waarin een grootmacht haar invloed kan afdwingen.

De Venezolaanse ervaring is bedoeld als een dubbele les aan de wereld:
Ten eerste, dat echte politieke onafhankelijkheid kostbaarder is dan ooit.
Ten tweede, dat elke directe uitdaging aan het centrum van de hegemoniale macht wordt beantwoord door het transformeren van recht en rechtvaardigheid tot middelen van hernieuwde controle.

In deze wereld draait het niet langer om democratische legitimiteit, volkswil of internationaal recht, maar om wie macht bezit en wie niet, wie gehoorzaamt en wie weigert. Geschiedenis wordt niet meer uitsluitend geschreven door verkiezingen of interne strijd, maar door aanklachten, sancties, bevroren middelen en opgelegde internationale narratieven.

Soevereiniteit is geen natuurlijk recht meer, maar een voorwaardelijk privilege. Rechtvaardigheid is een drukkaart geworden en legitimiteit een spiegel van de belangen van wie de macht bezit. Het internationale systeem wordt bestuurd door de logica van absolute macht: rechten worden met macht gecreëerd, plichten met dreiging opgelegd, en overleven wordt afhankelijk van onderwerping.

Irakese en Venezolaanse olie: de ware aard van de Amerikaanse ‘wet van de jungle’ achter het masker van democratie

Sabah al-Baghdadi

Zonder verraad en de verkoop van landen door gewetenloze mensen zonder nationale loyaliteit, zou Amerika nooit deze mate van arrogantie en brutaliteit hebben bereikt. Zelfs met zijn geavanceerde militaire en technologische macht zou het onmogelijk zijn geweest een staatshoofd samen met zijn echtgenote uit hun slaapkamer te arresteren, zonder noemenswaardige tegenstand. Zonder verraders van binnenuit — was dat ooit gelukt? Of werd er vooraf gebruikgemaakt van verdoving en slaapmiddelen?

Vandaag is duidelijker dan ooit de ware ineenstorting van de Verenigde Naties en de Veiligheidsraad, die zijn verworden tot goedkope marionetten in handen van het Amerikaanse militair-imperialistische rijk. Stel dat president Poetin de Oekraïense president Zelensky zou arresteren: de wereld zou schreeuwen en huilen, en Poetin zou onmiddellijk worden bestempeld als internationale terrorist. Deze dubbele maatstaf legt de schaamteloze hypocrisie van het Westen bloot.

Wie de persconferentie van president Trump met zijn veiligheids- en militaire team heeft gevolgd, zag dat de focus lag op controle over minerale en olie-rijkdommen. Trump verklaarde: “We zullen de Venezolaanse olie openstellen voor iedereen, tegen aantrekkelijke voorkeursprijzen. Iedereen wint: bedrijven, consumenten en de wereldmarkten. In ruil daarvoor krijgt het Venezolaanse volk echte democratie.”
Maar wij herinneren ons nog maar al te goed de eerdere ‘democratische ervaring’ in Irak — een buitengewoon bittere ervaring, waarbij de staatsmiddelen op grote schaal werden geplunderd onder het mom van democratie. Niemand wil die catastrofe herhalen… toch?

Wat president Trump zei, onthulde — misschien onbedoeld — het verwachte scenario voor Venezuela: een façade van democratie die volledige controle over oliebronnen moet verhullen, met reële risico’s op herhaling van het Iraakse model van corruptie en plundering na 2003.

Het scenario van de arrestatie van de Venezolaanse president Nicolás Maduro, in de ochtend van 3 januari 2026, duurde volgens Trump exact 74 seconden. Voor waarnemers leek de operatie sterk op de liquidatie van Al-Qaeda-leider Osama bin Laden, zij het met duidelijke verschillen. De eerste was een staatshoofd dat weigerde Venezolaanse olie te laten exploiteren door Amerikaanse monopolistische bedrijven; de tweede werd door de VS als terrorist beschouwd. Ook vertoont het scenario sterke gelijkenissen met de invasie van Irak, die werd gerechtvaardigd met het verzinsel van massavernietigingswapens — later ontmaskerd als een leugen — terwijl het werkelijke doel de controle over Iraakse olie was en het verwijderen van Irak uit de regionale machtsbalans tegenover Israël.

In Venezuela werd vandaag het voorwendsel van het zogenoemde “Zonnekartel” en drugssmokkel gebruikt als dekmantel, terwijl de echte reden de controle over Venezolaanse olie-reserves lijkt te zijn, niet het verspreiden van democratie. Deze boodschap is niet alleen gericht aan Latijns-Amerikaanse landen die zich blijven verzetten tegen Amerikaans beleid, maar aan alle landen die Amerikaanse dictaten weigeren. Dit gevaarlijke precedent zal ook de leiders van pro-Iranse gewapende facties in Irak voor harde keuzes plaatsen: volledige ontwapening, of het risico op arrestatie of eliminatie.

De overdreven promotie van de operatie tijdens de persconferentie in het Witte Huis wijst sterk op verraad binnen de directe kring van Maduro. Zulke details zouden anders nooit openbaar zijn gemaakt. Dit bevestigt opnieuw dat de wereld leeft onder Amerikaanse hegemonie als enige dominante macht. De arrestatie van de Venezolaanse president vertoont opvallende gelijkenissen met die van de voormalige Iraakse president Saddam Hoessein, waarbij verraad een doorslaggevende rol speelde en de operatie eveneens slechts 74 seconden duurde, aldus Trump.

Trump gaf openlijk toe dat Amerikaanse monopolistische bedrijven de Venezolaanse olie zullen controleren, terwijl de ‘democratie’ zal lijken op het sektarische model dat Irak werd opgelegd. Decennialang heeft de Amerikaanse officiële retoriek “democratieverspreiding” en “mensenrechtenbescherming” gebruikt om militaire en politieke interventies te rechtvaardigen, vooral in het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Maar een nauwkeurige analyse van deze interventies onthult een terugkerend patroon dat diepgaande vragen oproept: gaat het werkelijk om democratie, of is olie de doorslaggevende verborgen factor?

Irak (2003) en Venezuela (voortdurende pogingen sinds 2017–2019, met hypothetische ontwikkelingen in 2025–2026) zijn schoolvoorbeelden. Beide landen beschikken over enorme olievoorraden — Irak staat vijfde wereldwijd, Venezuela zelfs eerste qua bewezen reserves — en in beide gevallen weigerden leiders Amerikaanse oliebedrijven een dominante positie te geven.

In Irak was het voorwendsel “massavernietigingswapens”; in Venezuela zijn het beschuldigingen van dictatuur, drugshandel en mensenrechtenschendingen. Maar de echte aantrekkingskracht blijft de olie: meer dan 300 miljard vaten aan reserves.

Dit roept een fundamentele vraag op: is “democratie verspreiden” een doel op zich, of een comfortabel ideologisch dekmantel om controle over energiebronnen veilig te stellen en wereldmarkten te herschikken ten gunste van de Amerikaanse economie en multinationals?

In dit licht wordt Iraakse en Venezolaanse olie een spiegel die het ongepolijste gezicht toont van het Amerikaanse beleid van ‘democratie-export’: een gezicht waarin geopolitieke en economische belangen duidelijker zichtbaar zijn dan welke humanitaire slogan ook. Open vragen blijven bestaan over de rol van Rusland, China en Cuba, en de prijs die zij mogelijk hebben betaald voor niet-ingrijpen. Ook wordt aangenomen dat de Amerikaanse militaire helikopters die werden ingezet bij de Delta Force-landing, dezelfde zijn — na modernisering — als die gebruikt bij de operatie tegen Bin Laden in Pakistan.

De wereldwijde veroordelingen blijven zwak en betekenisloos; ze veranderen niets aan de realiteit. Onder Trump is Amerika een dominante macht geworden die iedereen vreest.

Tot slot werd de ware reden voor de aanval op Venezuela hardop uitgesproken door de commandant van het Amerikaanse Southern Command, generaal Laura Richardson, die zei:
“De focus van de Verenigde Staten in Latijns-Amerika ligt niet op democratie, maar op controle over olie, lithium, goud en zeldzame aardmetalen. Venezuela, met zijn enorme olie- en strategische hulpbronnen, is het belangrijkste doelwit van president Trump.”
En daarmee is het oordeel geveld.