Hoorn biedt geen excuses aan voor slavernijverleden en erkent rol erin ook niet

De gemeente Hoorn biedt geen excuses aan voor het slavernijverleden. Ook komt er geen erkenning van de rol die de gemeente speelde in dat verleden. Hoorn was vroeger een van de belangrijkste steden binnen de Vereenigde Oostindische Compagnie.

In de gemeenteraad is er geen meerderheid voor erkenning en excuses, laat de Noord-Hollandse gemeente vrijdag weten.

In juni kwam een onderzoeksrapport over het slavernijverleden van Hoorn naar buiten. “Als een van de weinige steden die vertegenwoordigd waren in de VOC en de WIC, was Hoorn sterk bij het Nederlandse systeem van slavernij betrokken”, bleek uit het onderzoek in opdracht van de gemeente Hoorn.

De Hoornse gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen legde de basis voor de Nederlandse slavernij in Azië. Stadsbestuurders waren verantwoordelijk voor de compagnieschepen waarmee duizenden tot slaaf gemaakte mensen onder Hoornse vlag werden verscheept en verhandeld.

Maar de gemeenteraad kwam er niet uit hoe om te gaan met de conclusies van het rapport, vertelt een woordvoerder van de gemeente aan NU.nl.

Donderdagavond werd in de raadsvergadering een motie voor excuses ingediend door de PvdA en D66. Die werd gesteund door GroenLinks en de ChristenUnie, maar heeft het niet gehaald.

De VVD, ÉénHoorn en HoornLokaal stelden voor om geen excuses, maar erkenning van de rol van Hoorn in het slavernijverleden uit te spreken. Die motie werd ook verworpen.

Belangengroepen als We Promise hadden partijen die voor excuses en erkenning waren geadviseerd om de motie nog niet in te dienen, omdat al werd verwacht dat deze het niet zou halen. Desondanks beloofde We Promise de dag voor de stemming al “de strijd tegen koloniaal Hoorn” sowieso voort te zetten.

Een voorstel van de coalitiepartijen om gesprekken over onder meer discriminatie en racisme te blijven organiseren, werd wel aangenomen.

Bron: https://www.nu.nl/binnenland/6294166/hoorn-biedt-geen-excuses-aan-voor-slavernijverleden-en-erkent-rol-erin-ook-niet.html

Koning Willem-Alexander biedt excuses aan voor het slavernijverleden

Koning Willem-Alexander heeft excuses aangeboden voor het Nederlandse slavernijverleden. Dat deed de koning zaterdag in een toespraak tijdens de Nationale herdenking slavernijverleden in Amsterdam. “Voor deze misdaad tegen de menselijkheid vraag ik vergiffenis”, zei de koning.

De koning zei dat “we in de archieven de feiten door de bril van de boekhouder lezen. De stem van de tot slaaf gemaakte mensen is verwaaid in de wind.”

Willem-Alexander benoemde in zijn toespraak nadrukkelijk de Nederlanders die het “overdreven vinden” om excuses te maken voor zaken die zo ver in het verleden liggen. “Zij ondersteunen echter wel in grote meerderheid de strijd voor gelijkwaardigheid van alle mensen”, zei de koning. “Stel uw hart open voor de mensen die hier niet zijn, maar die wel willen werken aan een samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen. Respecteer dat er verschillen zijn in achtergrond en beleving.”

De koning haalde zinnen aan uit gesprekken die hij het afgelopen jaar voerde met Nederlanders. “We moeten af van die verkramptheid: fouten maken mag”, aldus de koning. “We moeten ongemak omarmen.”

Willem-Alexander verwees naar een lopend onderzoek naar de betrokkenheid van het koninklijk huis bij de slavernij, waar hij opdracht toe gaf. Maar hij liep ook al vooruit op de uitkomsten: “Voor het overduidelijke gebrek aan handelen tegen deze misdaad tegen de menselijkheid, vraag ik vandaag, op deze dag dat we samen het Nederlands slavernijverleden herdenken, vergiffenis.”

Zijn excuses werden met luid applaus en gejuich ontvangen. De koning eindigde zijn toespraak in het Surinaams. Vertaald zei hij: “De ketenen zijn verbroken, broeders en zusters.” Een bijzonder moment was toen de genodigden mee neurieden met de muziek toen de koning de eerste krans legde.

Bron: https://www.nu.nl/binnenland/6270258/koning-willem-alexander-biedt-excuses-aan-voor-het-slavernijverleden.html

Gruwelzaak in Kamerik: jonge vrouw 15 jaar uitgebuit en ingezet als slaaf

Een jonge vrouw in het Utrechtse dorp Kamerik, gemeente Woerden, zou ruim vijftien jaar lang zijn uitgebuit en vastgehouden als slaaf op een erf van een ondernemer. Dat meldt de Arbeidsinspectie. Een 53-jarige vrouw is aangehouden, zij wordt verdacht van mensenhandel en zit nog vast.

De jonge vrouw, van wie de exacte leeftijd nog onbekend is, werd afgelopen dinsdag bevrijd toen de politie, gemeente en Nederlandse Arbeidsinspectie op de stoep stonden. Bij die inzet waren ruim veertig mensen betrokken.

Sinds 2008 werd het slachtoffer door de 53-jarige verplicht om te werken in het bedrijf, zonder dat ze betaald werd. De Arbeidsinspectie spreekt van ’lange werkdagen’ en ’inperkingen van de persoonlijke vrijheid’. „De vrouw werd bovendien door de verdachte onder erbarmelijke omstandigheden gehuisvest op het terrein van het bedrijf van de verdachte. De stacaravan waarin het slachtoffer verbleef was niet brandveilig, zodat het College van B&W van Woerden heeft besloten de stacaravan per direct te sluiten”, aldus de Arbeidsinspectie.

„Het is een buitengewoon verdrietige situatie. Het is heel heftig dat dit kan plaatsvinden en dat mensen elkaar zoiets aandoen”, aldus de Woerdense burgemeester Victor Molkenboer tegenover RTV Utrecht. „De vrouw is opgevangen op een geheim adres en maakt het naar omstandigheden goed.”

Volgens de burgemeester zijn er nog veel onduidelijkheden rondom de zaak. Zo is het onbekend hoe de hulpdiensten de vrouw op het spoor kwamen. Om wat voor bedrijf het precies ging, is ook een raadsel. „Het enige dat ik wel weet is dat het niet om een boerenbedrijf gaat”, aldus Molkenboer.

De woning van de verdachte en twee andere panden op het terrein in Kamerik zijn doorzocht. Daarbij zijn onder meer administratie, laptops en tablets in beslag genomen. Ook is beslag gelegd op een geldbedrag.

De Arbeidsinspectie benadrukt dat het onderzoek naar de aard en omvang van de uitbuiting in volle gang is.

Bron: https://www.telegraaf.nl/nieuws/1115753529/gruwelzaak-in-kamerik-jonge-vrouw-15-jaar-uitgebuit-en-ingezet-als-slaaf

Onderzoek: Nederlandse staat en Oranjes op grootschalige wijze betrokken bij slavernij

De Nederlandse staat was “doelbewust, langdurig en structureel” betrokken bij slavernij in de voormalige koloniën. De gevolgen en doorwerkingen daarvan zijn in Nederland en wereldwijd nog altijd merkbaar, concluderen onderzoekers in het boek Staat en Slavernij. “De doorwerking daarvan heeft langer plaatsgevonden dan tot nu toe is aangenomen”, zegt historicus Esther Captain.

Het onderzoek, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, keek ook voor het eerst naar wat de familie Van Oranje-Nassau heeft verdiend aan slavernij. Historici zeggen al langer dat de Oranjes betrokken waren bij de koloniale overheersing van het toenmalige Nederlands-Indië, Suriname en de Caraïbische eilanden, maar het was nog niet bekend hoe groot de financiële belangen waren.

De onderzoekers hebben een eerste schatting gemaakt op basis van de nu bekende bronnen. Ze stellen dat de Oranjes van 1675 tot 1770 omgerekend naar de tijd van nu zeker 545 miljoen euro hebben verdiend aan de Nederlandse kolonies, waar slavernij wijdverbreid was.

Volgens Captain is het belangrijk dat we dit nu weten. “Daarmee kom je onder ogen dat het misschien tijd is om moed te verzamelen en om te kijken of we dat zelfbeeld van Nederland als tolerante, democratische handelsnatie kunnen herzien. Dat doet recht aan de inwoners van Nederland en daarmee doe je ook recht aan de geschiedenis”, aldus Captain in Nieuws en Co op NPO Radio 1.

“Een van de inzichten uit dit onderzoek is toch wel hoe onder het mom van het goede, met heel veel geweld, geprobeerd is mensen te veranderen”, zegt de historicus. “Het succes van dat cliché van de handelsnatie die noodmuskaat en andere specerijen verhandelde, maar tegelijkertijd ging het ook om mensenhandel. Dan wordt het een heel ander verhaal. Daarvoor is nu ruimte gekomen. En dat is denk ik belangrijk.”

Het onderzoek (en boek) Staat en Slavernij is het resultaat van een motie waarin de ChristenUnie het kabinet twee jaar geleden opriep om het slavernijverleden onafhankelijk te laten onderzoeken. Oud-hoogleraar Gert Oostindie geeft leiding aan een uitgebreider onderzoek naar de rol van de Oranjes in de koloniale geschiedenis. Hij verwacht daar over drie jaar klaar mee te zijn.

Minister Hanke Bruins Slot (Binnenlandse Zaken) schrijft in een Kamerbrief dat het onderzoek naar de rol van de Oranjes en de Nederlandse staat in het slavernijverleden een “confronterend en zeer pijnlijk beeld” schetst. Ze spreekt van een “ongekende schaal van slavenhandel en slavernij”, waarbij de Staat zeer betrokken was. “Via de Staat” speelden ook lagere overheden, kerken, handelsondernemingen en andere bedrijven een belangrijke rol. “Dit verhaal had eerder verteld moeten worden”, zegt Bruins Slot.

Eerder lieten verschillende Nederlandse steden en provincies al hun eigen slavernijgeschiedenis onderzoeken, zoals Amsterdam, Delft, Rotterdam, Utrecht en Den Haag. Daaruit kwamen excuses naar voren. Afgelopen vrijdag bood ook de provincie Zuid-Holland excuses aan voor haar rol bij het slavernijverleden.

Op 1 juli wordt herdacht dat 150 jaar geleden feitelijk een einde kwam aan de slavernij onder Nederlands bewind. Bij een herdenking in Amsterdam zal de koning die dag een toespraak houden. Naar verluidt zal hij, in navolging van premier Mark Rutte, zijn excuses aanbieden. Rutte deed dat eind vorig jaar.

De bewindslieden Hanke Bruins Slot, Franc Weerwind, Alexandra van Huffelen, Robbert Dijkgraaf en Wopke Hoekstra praten vanavond in Den Haag met belangenorganisaties over de plannen van het kabinet voor het herdenkingsjaar, dat op 1 juli begint.

Bron: https://nos.nl/artikel/2479081-onderzoek-nederlandse-staat-en-oranjes-op-grootschalige-wijze-betrokken-bij-slavernij

Nederlandse doet onderzoek naar rol Brits koningshuis in slavernij

De Nederlandse historicus Camilla de Koning doet onderzoek naar de betrokkenheid van het Britse koningshuis bij de slavernij. Koning Charles sprak gisteren voor het eerst zijn steun uit voor zo’n onderzoek naar de rol van het koningshuis. Het onderzoek waarbij De Koning betrokken is, loopt al een half jaar en is naar verwachting in 2026 afgerond.

De Koning richt zich in haar onderzoek op de periode van 1660 tot en met 1775, zegt ze in het NPO Radio 1-programma Nieuws en Co. Buckingham Palace zegt dat Charles de kwestie zeer serieus neemt en dat wetenschappers toegang zullen krijgen tot de koninklijke collectie en archieven. “Ik mag rondsnuffelen in de paleizen, en als een echte geschiedenisnerd is dat geweldig”, zegt De Koning.

Ze gaat zich in het eerste jaar van het onderzoek vooral richten op heel veel lezen en de eerste archiefonderzoeken. Daarbij kijkt ze naar de investeringen van het koningshuis, onder meer in aandelen in bedrijven. “Er is nog nooit gekeken naar de rol van koningen alleen”, zegt ze. “Ze zijn soms een beetje terzijde genoemd, maar het heeft nooit heel veel focus gehad.”

De krant The Guardian onthulde gisteren een document waaruit bleek dat Charles’ voorganger koning William III in 1689 aandelen had in The Royal African Company. De plaatsvervangend directeur van dat slavenhandelsbedrijf droeg volgens het document in dat jaar duizend pond aan aandelen over aan de toenmalige vorst. Mede naar aanleiding van dat artikel zei Charles dat hij het onderzoek naar het koningshuis steunt.

Het bedrijf werd in 1660 opgericht. Dat is voor de Nederlandse onderzoeker dan ook de reden om dat jaartal als startpunt te kiezen. Het is volgens haar vergelijkbaar met de Nederlandse WIC. The Royal African Company werd “mede door de koning en zijn broer opgericht, dus daar zie je al dat ze heel betrokken zijn”.

Tussen 1660 en 1775 zijn er acht vorsten geweest. De Koning heeft in de eerste maanden van haar onderzoek al ontdekt dat koningin Ann, die vorst was tussen 1702 en 1714, een contract kreeg over het leveren van tot slaaf gemaakte mensen aan Spaans Amerika.

“Zij krijgt die opdracht en geeft die aan een Brits bedrijf”, zegt De Koning. “Dat is op zich al een interessant politiek en diplomatiek spel, maar zij koopt vervolgens ook 25 procent van de aandelen in dat bedrijf.”

Koning Charles zei eerder dat hij zich met “kracht en vastberadenheid” wil verdiepen in de Britse slavernij. Bij een bezoek aan Ghana in 2018 noemde hij de slavenhandel “een verschrikkelijke wreedheid die een onuitwisbare schandvlek heeft achtergelaten”, maar hij heeft betrokkenheid van het koningshuis nooit erkend.

Britse slavenhandel
De Britten verboden in 1807 als eersten de slavenhandel, maar verscheepten in de 18de eeuw ook de meeste slaafgemaakten. In totaal verscheepten Europeanen tussen de 16de en 19de eeuw naar schatting ongeveer 12 miljoen Afrikanen naar Amerika. Ongeveer 1,5 miljoen mensen overleefden die reis niet.

Charles zei eerder dat Groot-Brittannië trots kan zijn dat het de leiding nam bij de afschaffing van “deze beschamende handel”, maar dat “we ook een verantwoordelijkheid delen om ervoor te zorgen dat de verwerpelijke verschrikking van de slavernij nooit vergeten wordt”.

In 1833 verbood Groot-Brittannië na de slavenhandel ook de slavernij zelf. Slaveneigenaren in de Britse koloniën kregen compensatie, maar de slaafgemaakten zelf kregen geen schadevergoeding.

Bron: https://nos.nl/artikel/2470566-nederlandse-doet-onderzoek-naar-rol-brits-koningshuis-in-slavernij

Arbeidsinspectie haalt tien arbeidsmigranten uit voormalig klooster Valkenburg

De arbeidsinspectie heeft tien bouwvakkers uit een voormalig klooster in Valkenburg gehaald die daar “onder erbarmelijke omstandigheden” woonden. Zij komen uit Belarus, Moldavië en Polen en waren ingehuurd om het Limburgse klooster te verbouwen.

De tien woonden allemaal in een aparte kamer waarin geen verwarming aanwezig was. De sanitaire voorzieningen en keuken die ze deelden waren volgens de arbeidsinspectie zeer smerig. Daarnaast waren de steigers die gebruikt werden bij de verbouwing onveilig omdat ze niet goed waren opgebouwd. Het werk is direct stilgelegd.

In het gebouw is asbest aanwezig, Op één plek was afschermfolie opengesneden, waardoor de arbeidsmigranten mogelijk blootgesteld werden aan asbestdeeltjes. Het asbest wordt door een gespecialiseerd bedrijf gesaneerd.

De bouwvakkers hadden volgens de inspectie waarschijnlijk niet de nodige vergunningen om in Nederland te werken, Volgens de inspectie heeft de werkgever de bouwvakkers mogelijk via een schijnconstructie aan het werk gezet. Daarnaast zeiden zij werkweken te maken van 50 tot 60 uur waar ze slechts 800 euro per maand voor ontvingen.

Klooster Boslust stond jarenlang leeg en werd in 2022 door een projectontwikkelaar gekocht. Het klooster werd door de inspectie bezocht na een melding van de gemeente Valkenburg.

Bron: https://nos.nl/artikel/2470517-arbeidsinspectie-haalt-tien-arbeidsmigranten-uit-voormalig-klooster-valkenburg

Vrouwen krijgen geen schadevergoeding voor dwangarbeid in klooster

Negentien vrouwen die tussen 1951 en 1979 onder zware omstandigheden moesten werken voor kloosterorde de Goede Herder, krijgen geen schadevergoeding. De rechtbank verwierp vanmiddag hun eisen, omdat de zaken verjaard zijn.

De vrouwen werden vaak op jonge leeftijd door de kinderbescherming in een instelling van de Goede Herder geplaatst. Dat gebeurde als er thuis problemen waren. De Goede Herder had vestigingen in Almelo, Bloemendaal, Tilburg, Velp en Zoeterwoude.

In de instellingen moesten ze onder meer naaien en wassen voor ziekenhuizen en warenhuizen, schrijft RTV Oost. Ze kregen daar niets voor betaald. Een van de vrouwen sprak tijdens de zitting van een “soort gevangenis” en vertelde dat het werk zo zwaar was dat ze vaak flauwviel.

Destijds dachten de nonnen dat het werk de meisjes “discipline en perspectief” kon bijbrengen, zeiden de advocaten van de tegenpartij. “De zusters hadden het idee dat ze de meisjes klaarstoomden voor hun leven na de instelling.” De Zusters van de Goede Herder zouden zo juist voorkomen dat de meisjes op straat belandden.

De rechtbank oordeelde dat de meisjes volgens de “huidige opvattingen niet een passende behandeling” hebben gehad, maar onthield zich van een inhoudelijk oordeel.

RTV Oost schrijft dat de vrouwen verjaring mogelijk nog hadden kunnen voorkomen als ze hun zaken individueel hadden laten onderzoeken en beoordelen. De eisers zeiden dat ze niet eerder in staat waren om de zaken aan de kaak te stellen, maar pas naar buiten durfden te komen met hun verhalen na een publicatie in NRC in 2018.

De rechter verwierp dat, omdat de vermeende misstanden in het klooster in 2003 al werden besproken in een uitzending van de NCRV.

Een van de vrouwen die de rechtszaak had aangespannen, zegt tegen Omroep Brabant dat ze in hoger beroep gaan. Mary Lux-Spitters (73) uit Oosterhout is teleurgesteld in de beslissing van de rechter. “Het is ons echt niet om het geld te doen, we willen erkenning voor wat ons is aangedaan. Onze jeugd is vergald, verpest. We hebben er een trauma aan overgehouden.”

Bron: https://nos.nl/artikel/2469345-vrouwen-krijgen-geen-schadevergoeding-voor-dwangarbeid-in-klooster

Zorgen over uitbuiting Oekraïense vluchtelingen in Nederland

Meer dan tien uur werken per dag, voor minder dan het minimumloon. Ontslagen worden na een maand en dan ook nog zonder salaris op straat worden gezet. Het overkwam een Oekraïense man van middelbare leeftijd die in april vluchtte voor de oorlog en sindsdien in Nederland woont en werkt. Hij meldde zich bij FairWork, net zoals 212 andere Oekraïners dat deden sinds de Russische invasie.

De organisatie die strijdt tegen moderne slavernij maakt zich zorgen over deze kwetsbare groep. In heel 2022 waren er 173 Oekraïense werknemers met vragen en klachten, op een totaal van 1200 mensen die FairWork benaderden. Een jaar eerder, toen er veel minder Oekraïners in Nederland verbleven, waren er 17 Oekraïners met een vraag of een klacht, op een vergelijkbaar totaal aantal klachten. De meeste gingen over het niet uitbetalen van salaris. Dat gebeurde 82 keer in 2022, vaak in combinatie met andere arbeidsrechtelijke klachten.

De organisatie kreeg allerlei vragen en klachten: van mensen die hun salaris niet uitbetaald kregen, tot mensen die een tussenpersoon moesten betalen voor een bsn-nummer of gedwongen werden zich in te schrijven bij de Kamer van Koophandel. Bij 69 Oekraïners was er ook risico op mensenhandel. Ter vergelijking: in 2021 was dat bij vijf Oekraïners het geval.

Vaak gaat het zoals in het voorbeeld hierboven. De Oekraïense man vond via een advertentie een werkgever die (ook) Russisch sprak, dat was handig. Hij ging aan het werk in de bouw. Hij had geen contract, de werkgever zou dat na een maand in orde maken. Zijn beloofde salaris was 12 euro per uur.

Soms worden werknemers al in Oekraïne geworven via advertenties op Facebook, zegt FairWork-woordvoerder Francien Winsemius. Mensen moeten dan een bepaald bedrag betalen aan een bemiddelaar, die werk regelt. “Daarbij geldt: hoe meer cliënten hebben betaald voor de bemiddeling, hoe meer loon per uur wordt beloofd”, aldus Winsemius.

En vervolgens gaat het dus geregeld mis, ziet ook Oksana Savchuk. Zij is coördinator bij het Oekraïens Huis in de Rotterdamse wijk Charlois. Per week komen er naar schatting zo’n vijf Oekraïners met vergelijkbare klachten langs bij het inloophuis. “Ze maken deels hetzelfde mee als andere arbeidsmigranten. Vaak worden ze via sociale media geworven met de belofte dat het papierwerk nog in orde komt. Ze werken een maand gratis en dan blijkt dat de papieren niet in orde komen en dat ze ook niet betaald krijgen.”

Het Oekraïens Huis wijst hun de weg naar instanties en een slaapplek en geeft hun desnoods een voedselpakket mee. “De meeste mensen komen pas hier als ze niets meer hebben”, zegt Savchuk. Zij schat in dat het aantal klachten dat FairWork registreert maar het topje van de ijsberg is, omdat ze het gevoel heeft dat veel Oekraïners “niet durven te praten”.

Henry Stroek van het team Bestrijding Misbruik Uitzendconstructies bij vakbond CNV herkent het beeld. Hij wijst op het Poolse uitzendbureau JanPol, dat wurgcontracten gebruikte met boetes van 20 procent van het totaalsalaris die werknemers moesten betalen als ze werk afleverden dat niet naar tevredenheid was. Ook werden werknemers in de contracten gedreigd met ‘deportatie’ naar Polen of Oekraïne als ze zich niet aan de regels hielden.

Stroek weet van twintig bedrijven die via een tussenpersoon Oekraïners ‘inleenden’ via JanPol. Ook zijn er andere bedrijven die deze constructie hebben gekopieerd, volgens de vakbond.

De rechter stelde CNV onlangs in het gelijk in een lasterzaak die JanPol tegen de vakbond was begonnen. Het Poolse uitzendbureau wilde niet dat de vakbond de termen “uitbuiting” of “wurgcontract” gebruikte voor de werkwijze van JanPol. Het uitzendbureau zei zich aan de regels te houden.

De rechter vond dat CNV die termen wel mocht gebruiken en baseerde zich daarbij mede op contracten van JanPol, waarin staat dat werknemers geen contact mogen hebben met de Nederlandse werkgever. Verder woog de rechter mee dat een aantal Oekraïners tegen CNV heeft verklaard dat salaris werd ingehouden voor huisvesting en vervoer, dat zij geen geld hadden om eten te kopen en dat zij niet bij de voor hen geopende bankrekening konden. Ook konden zij niet terug naar Polen wanneer zij dat zouden willen, omdat JanPol bepaalde wanneer de terugreis zou plaatsvinden.

Volgens Stroek werd het salaris aan deze werknemers in eerste instantie wel uitbetaald, maar werden daarop meteen vergoedingen voor ‘onkosten’ ingehouden. Dat kon omdat de werkgever werkte met een soort ‘en/of’- rekening, waarbij de werkgever mede-rekeninghouder was. De Nederlandse Arbeidsinspectie wil niets zeggen over het onderzoek dat nu loopt naar het bedrijf.

Eerder noemde minister Van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) wurgcontracten voor onder anderen Oekraïense werknemers “Nederland onwaardig”. Ook FairWork zegt erg bezorgd te zijn en dringt aan op goede informatievoorziening en ondersteuningsmogelijkheden voor deze mensen.

“Zij zijn op de vlucht, het doel van hun komst was niet ‘werk’, en deze mensen hebben zich daar niet op voorbereid”, zegt woordvoerder Winsemius. “Bovendien zullen sommigen last hebben van trauma’s , waardoor ze in een extra kwetsbare positie verkeren.”

Volgens de laatste cijfers waren er afgelopen november ongeveer 30.000 gevluchte Oekraïners aan het werk in Nederland. Oekraïners hoeven geen tewerkstellingsvergunning aan te vragen als zij zijn gevlucht voor de oorlog, op basis van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming.

Toch zijn ze volgens vakbonden kwetsbaar voor uitbuiting omdat ze niet afhankelijk willen zijn van leefgeld en daar ook niet van kunnen rondkomen als ze een eigen woning willen gaan huren.

Wat is uitbuiting?
Uitbuiting is gedefinieerd in het Wetboek van Strafrecht als “uitbuiting van een ander in de prostitutie, andere vormen van seksuele uitbuiting, gedwongen of verplichte arbeid of diensten, met inbegrip van bedelarij, slavernij en met slavernij te vergelijken praktijken, dienstbaarheid en uitbuiting van strafbare activiteiten.”

Bron: https://nos.nl/artikel/2468389-zorgen-over-uitbuiting-oekraiense-vluchtelingen-in-nederland

Dit is Tula, de tot slaaf gemaakte verzetsheld die eerherstel krijgt

Het kabinet geeft de tot slaaf gemaakte verzetsheld Tula (onbekend – 1795) ruim tweehonderd jaar na zijn dood eerherstel. Hier lees je over zijn leven en zijn strijd voor vrijheid.

Tula’s geboortedatum is onbekend. Hij leefde in de achttiende eeuw in slavernij op Curaçao. Nederlanders deelden de lakens uit op het Caribische eiland.

Jarenlang werkte Tula als slaaf op de Kenepa Plantage in het westen van Curaçao. Op 17 augustus 1795 stopte hij daarmee uit protest tegen het leven als slaaf, samen met zo’n veertig andere tot slaaf gemaakte mensen.

Tula en zijn medestanders eisten hun vrijheid op bij de plantage-eigenaar Caspar Lodewijk Van Uytrecht. Onder leiding van onder anderen Tula groeide de opstand tot ongeveer tweeduizend mensen die hun vrijheid eisten.

De vrijheidstrijders trokken naar de gouverneur van Willemstad, de hoofdstad van Curaçao. Het was de grootste opstand van tot slaaf gemaakte mensen in het Caribisch deel van het Nederlands Koninkrijk.

De koloniale machthebbers sloegen de slavenopstand met grof geweld neer. Tula wist te ontsnappen, maar werd verraden en toch opgepakt.

De koloniale machthebbers martelden Tula tijdens een schijnproces. Uiteindelijk legde hij een gedwongen bekentenis af. Hij kreeg de doodstraf.

De autoriteiten vermoordden Tula op een gruwelijke manier. De verzetsheld stierf op 3 oktober 1795 na een openbare executie.

Het hoofd van Tula werd na zijn executie op een paal tentoongesteld. Daarnaast stond volgens de overlevering een bord waarop te lezen was: ‘Tula, opperhoofd van de moordenaars, oproerlingen, plunderaars en brandstichters’.

Tula’s processtukken zijn bewaard gebleven. “Wij zijn al te zeer mishandeld. Wij zoeken niemand kwaad te doen, maar zoeken onze vrijheid”, werd opgetekend uit zijn mond.

Bron: https://www.nu.nl/binnenland/6242464/dit-is-tula-de-tot-slaaf-gemaakte-verzetsheld-die-eerherstel-krijgt.html

Rutte biedt excuses aan voor slavernijverleden: ‘Aan alle nazaten tot hier en nu’

Premier Mark Rutte heeft maandag namens de regering excuses aangeboden voor het handelen van de Nederlandse Staat in het slavernijverleden. Hij sprak de excuses in meerdere talen uit in een toespraak in het Nationaal Archief in Den Haag.

“Wij in Nederland moeten ons aandeel onder ogen zien”, zei Rutte. Het aanbieden van excuses is geen eindpunt voor het kabinet. “We doen dit niet om schoon schip te maken. We doen dit nu om samen een weg vooruit te vinden. Het helingsproces moet nu beginnen.”

De emotie in het publiek was vooral voelbaar door de stilte na Ruttes toespraak. “Je gaat er van fluisteren”, zei een van de aanwezigen. Sommige genodigden hadden tranen in de ogen.

De premier erkende in zijn toespraak de slavernij als misdaden tegen de menselijkheid. “Het heeft onnoemlijk veel leed gebracht en het werkt door in de levens van hier en nu.”

Rutte bood excuses aan namens de Nederlandse regering voor het handelen van de Staat in het verleden. “Iemand die nu leeft, heeft geen schuld aan slavernij. Maar de Nederlandse Staat draagt verantwoordelijkheid voor het leed”, zei de premier.

Het was lange tijd niet vanzelfsprekend dat er excuses zouden komen. Twee jaar geleden was Rutte nog bang dat excuses voor het slavernijverleden zouden leiden tot een tweedeling in de Nederlandse samenleving. Hij was daarom toen geen voorstander van het aanbieden van excuses namens de Staat. Een jaar later zei de premier dat hij worstelde met de kwestie.

“Lange tijd dacht ik dat het niet goed mogelijk is op een betekenisvolle manier verantwoordelijkheid te nemen voor iets dat zo lang geleden is, en waar niemand van ons zelf bij is geweest”, zei Rutte maandag in zijn toespraak. “Maar ik had het mis.”

De premier stond stil bij het feit dat eeuwen van onderdrukking en uitbuiting doorwerken in het hier en nu. “In racistische stereotypen, in discriminerende patronen van uitsluiting en in sociale ongelijkheid.”

Later werd Rutte ook zichtbaar emotioneel toen hij het tegen de media over zijn toespraak had. “De excuses grijpen me ook aan, maar bij het doornemen van de speech dacht ik rond Tula en de andere vrijheidsstrijders steeds: ik hoop dat ik daar niet breek.”

Ook vicepremiers Sigrid Kaag, Wopke Hoekstra en Carola Schouten waren aanwezig bij de toespraak. In Suriname en op de zes eilanden van het Caribisch deel van het koninkrijk zijn zeven andere bewindspersonen. Zij gaan daar met aanwezigen in gesprek over de woorden van Rutte.

Rutte gaf in zijn toespraak namens het kabinet een reactie op het rapport Ketenen van het verleden van het Adviescollege Dialooggroep Slavernijverleden. Dat rapport uit 2021 adviseerde het kabinet onder meer om namens de Staat excuses aan te bieden voor het slavernijverleden.

De adviesgroep adviseerde ook om de tot slaaf gemaakte verzetsheld Tula ruim tweehonderd jaar na zijn dood eerherstel te geven. In zijn toespraak maakte Rutte bekend dat het kabinet dit advies overneemt. Ook andere verzetshelden krijgen eerherstel.

Het Nederlandse aandeel in de trans-Atlantische slavernij begon in de zeventiende eeuw. Vanaf 1637 bezat Nederland een belangrijke handelspost in het West-Afrikaanse land Ghana. Nederland verscheepte in totaal zo’n 600.000 Afrikanen. Het grootste deel van de tot slaaf gemaakten werd verhandeld.

Ook moest een deel van de verscheepte Afrikanen op plantages werken. Dit gebeurde ook in Suriname. Nederland verscheepte zo’n 300.000 Afrikanen naar deze voormalige kolonie. In Azië werden ook honderdduizenden mensen verhandeld binnen de gebieden die onder het gezag van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) vielen.

Rutte stond in zijn toespraak stil bij deze feiten. “De getallen zijn onvoorstelbaar. Het menselijke leed erachter nog veel meer.”

Op 1 juli 1863 schafte Nederland als een van de laatste Europese landen officieel de slavernij af. Pas tien jaar later, in 1873, kwam er echt een eind aan de slavernij.

Bron: https://www.nu.nl/binnenland/6242559/rutte-biedt-excuses-aan-voor-slavernijverleden-aan-alle-nazaten-tot-hier-en-nu.html