Tienduizenden huishoudens in Berlijn mogelijk dagen zonder stroom

Zo’n 50.000 huishoudens en ruim 2.000 bedrijven in het zuidwesten van Berlijn zitten sinds zaterdagochtend zonder stroom. Mogelijk duurt het herstel nog enkele dagen. Een brand op een brug met stroomkabels heeft geleid tot de stroomuitval.

Netbeheerder Stromnetz houdt er rekening mee dat het herstel van het stroomnet lang kan duren. Een deel van de huishoudens heeft mogelijk pas donderdag weer stroom.

De politie onderzoekt of er sprake is van brandstichting. De politie van Berlijn zegt dat er een brief is binnengekomen waarin de actie wordt opgeëist. De authenticiteit van die brief wordt onderzocht.

De Berliner Morgenpost schrijft dat een anarchistische beweging met de naam Vulkangruppe beweert achter de brandstichting te zitten. Die linksextremistische actiegroep eiste in 2024 ook de brandstichting bij een grote Tesla-fabriek bij Berlijn op.

De politie waarschuwt inwoners van het getroffen deel van Berlijn dat de verwarming uit kan vallen door de stroomuitval. Het is momenteel koud in de Duitse hoofdstad, met temperaturen rond het vriespunt.

Bron: https://www.nu.nl/buitenland/6381501/tienduizenden-huishoudens-in-berlijn-mogelijk-dagen-zonder-stroom.html

Venezuela aan de rand van hegemonie.. hoe het cowboy-imperium zijn crises exporteert

Prof. dr. Nouri Hussein Noor al-Hashimi

Wat zich vandaag in Venezuela afspeelt, is geen uitzonderlijke gebeurtenis en evenmin een tijdelijke afwijking in het Amerikaanse politieke gedrag. Het is een openlijke uiting van een diepgewortelde doctrine die berust op inmenging, bevoogding en het opleggen van wil door middel van macht. Het is een nieuwe schakel in een lange keten waarin de Verenigde Staten zichzelf, zonder mandaat, tot wereldpolitie hebben uitgeroepen, daarbij de soevereiniteit van staten en de regels van het internationaal recht negerend, en achteloos voorbijgaand aan de zware menselijke en politieke tol die hun interventies eisen van volkeren en de stabiliteit van landen.

De openlijke agressie tegen een onafhankelijke staat, en de daarbij horende praktijken die het staatshoofd en de politieke veiligheid raken, roepen onvermijdelijk vertrouwde beelden op uit Irak, Libië en Chili, en uit talloze andere arena’s daarvoor en daarna. Al deze landen betaalden de prijs voor wat ten onrechte werd verkocht als “Amerikaanse democratie” in de vorm van bloedvergieten, verwoesting en diepe maatschappelijke ontwrichting.

Irak, dat door Washington lange tijd werd gepresenteerd als een democratisch model voor het Midden-Oosten, veranderde in een schrijnend voorbeeld van een staat die werd uitgeput door sektarische verdeeldheid, gewapend geweld en structurele corruptie, waarbij de burger de grootste verliezer bleef. Syrië toont op zijn beurt duidelijk de gevolgen van directe en indirecte Amerikaanse inmenging: de staatsstructuur viel uiteen, de stabiliteit verdween en de deur werd geopend voor de expansie van gewapende groeperingen, terwijl het volk alleen de rekening betaalde. Libië vormde misschien wel het meest expliciete voorbeeld van hoe westerse interventie veranderde in een kracht van totale vernietiging: staatsinstellingen werden omvergeworpen en het land werd in open chaos gestort, waarmee opnieuw werd aangetoond dat de beloofde “democratie” niet meer was dan een dekmantel voor louter strategische en economische belangen.

De recente geschiedenis heeft ondubbelzinnig aangetoond dat de Verenigde Staten de mentaliteit van de “cowboyfilms” nooit hebben verlaten: “gerechtigheid” wordt opgelegd vanuit de loop van een geweer, wetten worden op maat van belangen gesneden en de wereld wordt vervolgens geacht te applaudisseren. Deze simplistische denkwijze, die de wereld reduceert tot naïeve tegenstellingen van “goed” en “kwaad”, heeft van Washington een belangrijke factor van internationale instabiliteit gemaakt – niet alleen via directe oorlogen, maar ook door het managen van chaos, het steunen van staatsgrepen en het creëren van crises die worden uitgevochten met lokale middelen en niet-Amerikaans bloed.

In Venezuela hoeft men zich weinig moeite te getroosten om de kern van het conflict te begrijpen. Achter de gepolijste slogans over mensenrechten en democratie schuilen natuurlijke rijkdommen – met olie voorop – als de ware motor van deze escalatie. Een land met een van de grootste olievoorraden ter wereld mag, volgens de logica van imperiale hegemonie, zijn beleid niet zelfstandig bepalen en zijn lot niet los van externe dictaten vormgeven.

Dit gedrag wordt nog agressiever wanneer het samenvalt met verstikkende interne crises binnen de Verenigde Staten zelf: exploderende schulden, toenemende inflatie, een groeiende sociale kloof en een relatieve terugval in productieve capaciteit tegenover de opkomst van concurrerende internationale machten. In zulke omstandigheden wordt het buitenland een ideaal toneel om structurele crises af te wentelen via politieke of militaire escalatie die de wapenindustrie stimuleert en een “externe vijand” creëert, geschikt voor electorale en mediaconsumptie.

In die zin is wat er in Venezuela gebeurt geen lokale of regionale aangelegenheid, maar een bijkomend bewijs van een ontspoord internationaal systeem, geleid door een macht die gewend is haar crises naar anderen te exporteren en haar economische en militaire ambities te verpakken in een moreel discours dat al lang zijn geloofwaardigheid heeft verloren.

De agressie tegen Venezuela kan dan ook niet los worden gezien van het ideologische kader dat het Amerikaanse gedrag in Latijns-Amerika sinds het begin van de negentiende eeuw heeft bepaald: de zogenoemde Monroe-doctrine. Wanneer een Amerikaanse president vandaag in een openbare verklaring naar deze doctrine verwijst of er subtiel op zinspeelt als leidraad voor beleid, kan dat onmogelijk worden afgedaan als een onschuldige historische verwijzing. Het is een expliciete aankondiging van het voortbestaan van een logica van voogdij en geografisch monopolie. De slogan “Amerika voor de Amerikanen”, ooit gehesen om Europees kolonialisme te weren, veranderde in de praktijk in een open mandaat voor inmenging, staatsgrepen, blokkades en het verhinderen van elke onafhankelijke politieke koers in Latijns-Amerika. Wat vandaag in Venezuela gebeurt, is niets anders dan een grove actualisering van deze oude doctrine in de taal van de eenentwintigste eeuw: de instrumenten veranderden, maar de koloniale logica bleef dezelfde.

En terwijl het Amerikaanse discours zichzelf telkens presenteert als drager van de “fakkel van vrijheid”, onthullen de feiten ter plaatse een scherpe tegenstelling tussen woord en daad. Democratie die wordt opgelegd via verstikkende sancties, economische blokkades en steun aan staatsgrepen is niets meer dan een instrument van politieke chantage. In Venezuela, net als eerder in Irak en Libië, werd de samenleving doelbewust uitgeput, de economische structuur ondermijnd en het land naar de rand van instorting geduwd, om vervolgens de politieke leiding alleen verantwoordelijk te stellen voor de gevolgen – een doelbewuste misleiding die de destructieve externe rol negeert.

De zogenoemde “slimme sancties” bleken daarbij slechts slim in hun wreedheid. Ze doen geen regimes vallen, maar breken samenlevingen; ze herstellen geen economieën, maar produceren chaos, gedwongen migratie en gedocumenteerde humanitaire rampen, zoals de ervaringen van Venezuela, Iran en andere landen duidelijk aantonen.

Het beeld is onvolledig zonder stil te staan bij de rol van de media als complementaire arm van politieke en militaire actie. Voor elke interventie wordt een narratieve oorlog gevoerd waarin een kant-en-klare karikatuur wordt geconstrueerd: een “dictatoriaal” regime, een “onlegitieme” president en een volk dat “op redding wacht”. Met deze propagandataal wordt een complexe werkelijkheid gereduceerd tot gemakzuchtige koppen en wordt interventie gepresenteerd als een morele plicht in plaats van een belangenproject.

De ervaring heeft keer op keer bewezen dat het omverwerpen van staten geen naties opbouwt en het ontmantelen van instituties geen democratieën voortbrengt. Wat Amerikaanse interventies nalieten, zijn fragiele staten, verdeelde samenlevingen, uitgeputte economieën en strategische vacuüms die al snel worden opgevuld door chaos of extremere krachten.

Samenvattend maakt wat Venezuela vandaag ondergaat deel uit van een lang traject van Amerikaans beleid dat is gebaseerd op dictaat in plaats van partnerschap en op macht in plaats van recht. Het is een pad dat geen rechtvaardigere of veiligere wereld heeft opgeleverd, maar juist meer verdeeldheid en instabiliteit. Naarmate de crises binnen de Verenigde Staten zelf verergeren, lijkt het exporteren van die crisis naar het buitenland een favoriete optie te zijn geworden – een kortzichtige keuze die de ineenstorting niet uitstelt, maar verdiept.

Venezuela is in deze context geen uitzondering, maar een scherpe waarschuwing uit een wereld die nog altijd wordt bestuurd volgens de logica van het geweer, hoezeer de maskers ook veranderen en de slogans van kleur wisselen.

De Verenigde Staten plaatsen Venezuela onder hun gezag

Dr. Rafed Hamid Faraj al-Qadi

De Verenigde Staten hebben via officiële verklaringen en zorgvuldig geregisseerde mediacampagnes bekendgemaakt dat de Venezolaanse president Nicolás Maduro en zijn echtgenote “gezocht worden door justitie”. De formulering wekt de indruk alsof zij reeds zijn gearresteerd, terwijl de internationale rechtsorde ondubbelzinnig bevestigt dat zij nog steeds aan de macht zijn en volledige soevereine immuniteit genieten volgens het internationaal publiekrecht.

De ernst van deze aankondiging ligt echter niet zozeer in de strafrechtelijke inhoud, maar in de politieke betekenis ervan. Het gaat hier niet om een louter juridische vervolging, maar om een diepgaande verschuiving in de structuur van het internationale systeem. Een verschuiving waarin het begrip soevereiniteit wordt hertekend, machtsverhoudingen opnieuw worden uitgestippeld en rechtvaardigheid wordt gereduceerd van een universele waarde tot een instrument van hegemonie.

De keuze voor Venezuela is geen toeval. Maduro is niet zomaar een staatshoofd tegen wie beschuldigingen worden geuit, maar het symbool van een politiek project dat zich verzet tegen Amerikaanse dominantie. Venezuela bezit ’s werelds grootste bewezen oliereserves, maar koos voor een discours van soevereiniteit in plaats van gedwongen integratie, en voor allianties met tegenstanders van Washington in plaats van onderwerping. De prijs daarvoor was hoog: een verstikkende economische blokkade, systematische diplomatieke isolatie en herhaalde pogingen om de machtsstructuur van binnenuit te hertekenen via extern gesteunde oppositie.

In deze context wordt de president van een politieke actor tot een “bedreiging” gemaakt, en verandert de staat van een soeverein geheel in een “doelwit”. De juridische waarheid wordt hervormd tot een politiek inzetbaar instrument.

De aanklachten tegen Maduro – variërend van witwaspraktijken tot drugshandel – kunnen niet los van hun context worden gelezen. Ze zijn geen op zichzelf staande strafdossiers, maar strategische boodschappen die verder reiken dan Venezuela alleen. Het zijn waarschuwingen aan elke staat die overweegt de regels van gehoorzaamheid te doorbreken, aan elk politiek systeem dat denkt buiten de vooraf getrokken rode lijnen te kunnen opereren, en aan elke leider die vertrouwt op volkslegitimiteit of nationale rijkdom in plaats van op van buitenaf opgelegde erkenning.

Het internationaal recht, dat expliciet de immuniteit van zittende staatshoofden erkent, wordt hier een rekbaar concept dat naar gelang de belangen wordt opgerekt of ingeperkt. Rechtvaardigheid is geen neutrale waarde meer, maar beleid geworden. De normen zijn niet gelijk, maar uitgesproken selectief: bondgenoten worden vrijgesteld ongeacht hun daden, tegenstanders gecriminaliseerd ongeacht hun argumenten.

De directe sancties tegen de echtgenote van Maduro en het bevriezen van haar tegoeden onthullen een nog radicalere logica. Niet alleen de politieke actor wordt geviseerd, maar ook zijn familiale en symbolische omgeving. Het doel is het systeem van binnenuit te ontmantelen en elk sociaal of moreel draagvlak te vernietigen. Dit is een vorm van collectieve bestraffing die geen onderscheid meer maakt tussen staat en vertegenwoordigers, tussen macht en omgeving, en die elke vorm van verzet criminaliseert als afwijking van de “internationale orde”.

Het grootste gevaar schuilt echter niet in de persoon van Maduro of in de Venezolaanse casus op zich, maar in het precedent dat hiermee wordt geschapen. Venezuela fungeert als politiek laboratorium waarin de grenzen van macht worden getest en de mate waarin nationale soevereiniteit kan worden uitgehold wordt afgemeten.

Staten met strategische grondstoffen – olie, gas, vitale handelsroutes – die weigeren zich automatisch te schikken naar de Amerikaanse invloedssfeer, worden blootgesteld aan dit samengestelde model van aanval. Recht wordt een opgeheven zwaard, terwijl bondgenoten ongehinderd passeren, hoe ernstig hun schendingen ook zijn. De nieuwe, stilzwijgend gevormde regel luidt dat gehoorzaamheid de ware maatstaf van legitimiteit is – niet democratie, niet recht, niet de wil van het volk.

Wat vandaag gebeurt, herdefinieert de betekenis van soevereiniteit tot in haar kern. Presidenten zijn niet langer beschermd door staatsgrenzen, staten niet meer door een stabiel internationaal recht. Iedereen kan worden opgenomen op politieke aanklachtenlijsten onder juridische benamingen. De dreiging is niet langer uitsluitend militair, maar ook juridisch, economisch en symbolisch: ze begint met een verklaring van “gezocht”, gaat verder met het bevriezen van tegoeden en eindigt met uitsluiting van het mondiale financiële systeem.

Na Venezuela rijst niet de vraag wat het lot van Maduro zal zijn, maar wat het lot wordt van elke staat die weigert partij te kiezen, elk systeem dat zijn eigen legitimiteit definieert, en elk volk dat eist dat zijn soevereiniteit niet onderhandelbaar is.

Wat Venezuela is overkomen, is geen op zichzelf staand incident, maar een onuitgesproken aankondiging van een nieuw tijdperk in de internationale orde. Een tijdperk waarin grote machten het lot van staten bepalen, waarin rechtvaardigheid en legitimiteit worden herschreven en waarin recht geen autonome waarde meer is, maar een strategisch wapen en een drukmiddel.

Het gevaar schuilt niet alleen in de mogelijkheid van arrestatie of berechting van individuen, maar in de herdefiniëring van de relatie tussen staat en internationaal recht. Soevereiniteit is geen geografisch gegeven meer en geen bescherming van nationale macht, maar een afgeleide van de mate waarin een grootmacht haar invloed kan afdwingen.

De Venezolaanse ervaring is bedoeld als een dubbele les aan de wereld:
Ten eerste, dat echte politieke onafhankelijkheid kostbaarder is dan ooit.
Ten tweede, dat elke directe uitdaging aan het centrum van de hegemoniale macht wordt beantwoord door het transformeren van recht en rechtvaardigheid tot middelen van hernieuwde controle.

In deze wereld draait het niet langer om democratische legitimiteit, volkswil of internationaal recht, maar om wie macht bezit en wie niet, wie gehoorzaamt en wie weigert. Geschiedenis wordt niet meer uitsluitend geschreven door verkiezingen of interne strijd, maar door aanklachten, sancties, bevroren middelen en opgelegde internationale narratieven.

Soevereiniteit is geen natuurlijk recht meer, maar een voorwaardelijk privilege. Rechtvaardigheid is een drukkaart geworden en legitimiteit een spiegel van de belangen van wie de macht bezit. Het internationale systeem wordt bestuurd door de logica van absolute macht: rechten worden met macht gecreëerd, plichten met dreiging opgelegd, en overleven wordt afhankelijk van onderwerping.

Irakese en Venezolaanse olie: de ware aard van de Amerikaanse ‘wet van de jungle’ achter het masker van democratie

Sabah al-Baghdadi

Zonder verraad en de verkoop van landen door gewetenloze mensen zonder nationale loyaliteit, zou Amerika nooit deze mate van arrogantie en brutaliteit hebben bereikt. Zelfs met zijn geavanceerde militaire en technologische macht zou het onmogelijk zijn geweest een staatshoofd samen met zijn echtgenote uit hun slaapkamer te arresteren, zonder noemenswaardige tegenstand. Zonder verraders van binnenuit — was dat ooit gelukt? Of werd er vooraf gebruikgemaakt van verdoving en slaapmiddelen?

Vandaag is duidelijker dan ooit de ware ineenstorting van de Verenigde Naties en de Veiligheidsraad, die zijn verworden tot goedkope marionetten in handen van het Amerikaanse militair-imperialistische rijk. Stel dat president Poetin de Oekraïense president Zelensky zou arresteren: de wereld zou schreeuwen en huilen, en Poetin zou onmiddellijk worden bestempeld als internationale terrorist. Deze dubbele maatstaf legt de schaamteloze hypocrisie van het Westen bloot.

Wie de persconferentie van president Trump met zijn veiligheids- en militaire team heeft gevolgd, zag dat de focus lag op controle over minerale en olie-rijkdommen. Trump verklaarde: “We zullen de Venezolaanse olie openstellen voor iedereen, tegen aantrekkelijke voorkeursprijzen. Iedereen wint: bedrijven, consumenten en de wereldmarkten. In ruil daarvoor krijgt het Venezolaanse volk echte democratie.”
Maar wij herinneren ons nog maar al te goed de eerdere ‘democratische ervaring’ in Irak — een buitengewoon bittere ervaring, waarbij de staatsmiddelen op grote schaal werden geplunderd onder het mom van democratie. Niemand wil die catastrofe herhalen… toch?

Wat president Trump zei, onthulde — misschien onbedoeld — het verwachte scenario voor Venezuela: een façade van democratie die volledige controle over oliebronnen moet verhullen, met reële risico’s op herhaling van het Iraakse model van corruptie en plundering na 2003.

Het scenario van de arrestatie van de Venezolaanse president Nicolás Maduro, in de ochtend van 3 januari 2026, duurde volgens Trump exact 74 seconden. Voor waarnemers leek de operatie sterk op de liquidatie van Al-Qaeda-leider Osama bin Laden, zij het met duidelijke verschillen. De eerste was een staatshoofd dat weigerde Venezolaanse olie te laten exploiteren door Amerikaanse monopolistische bedrijven; de tweede werd door de VS als terrorist beschouwd. Ook vertoont het scenario sterke gelijkenissen met de invasie van Irak, die werd gerechtvaardigd met het verzinsel van massavernietigingswapens — later ontmaskerd als een leugen — terwijl het werkelijke doel de controle over Iraakse olie was en het verwijderen van Irak uit de regionale machtsbalans tegenover Israël.

In Venezuela werd vandaag het voorwendsel van het zogenoemde “Zonnekartel” en drugssmokkel gebruikt als dekmantel, terwijl de echte reden de controle over Venezolaanse olie-reserves lijkt te zijn, niet het verspreiden van democratie. Deze boodschap is niet alleen gericht aan Latijns-Amerikaanse landen die zich blijven verzetten tegen Amerikaans beleid, maar aan alle landen die Amerikaanse dictaten weigeren. Dit gevaarlijke precedent zal ook de leiders van pro-Iranse gewapende facties in Irak voor harde keuzes plaatsen: volledige ontwapening, of het risico op arrestatie of eliminatie.

De overdreven promotie van de operatie tijdens de persconferentie in het Witte Huis wijst sterk op verraad binnen de directe kring van Maduro. Zulke details zouden anders nooit openbaar zijn gemaakt. Dit bevestigt opnieuw dat de wereld leeft onder Amerikaanse hegemonie als enige dominante macht. De arrestatie van de Venezolaanse president vertoont opvallende gelijkenissen met die van de voormalige Iraakse president Saddam Hoessein, waarbij verraad een doorslaggevende rol speelde en de operatie eveneens slechts 74 seconden duurde, aldus Trump.

Trump gaf openlijk toe dat Amerikaanse monopolistische bedrijven de Venezolaanse olie zullen controleren, terwijl de ‘democratie’ zal lijken op het sektarische model dat Irak werd opgelegd. Decennialang heeft de Amerikaanse officiële retoriek “democratieverspreiding” en “mensenrechtenbescherming” gebruikt om militaire en politieke interventies te rechtvaardigen, vooral in het Midden-Oosten en Latijns-Amerika. Maar een nauwkeurige analyse van deze interventies onthult een terugkerend patroon dat diepgaande vragen oproept: gaat het werkelijk om democratie, of is olie de doorslaggevende verborgen factor?

Irak (2003) en Venezuela (voortdurende pogingen sinds 2017–2019, met hypothetische ontwikkelingen in 2025–2026) zijn schoolvoorbeelden. Beide landen beschikken over enorme olievoorraden — Irak staat vijfde wereldwijd, Venezuela zelfs eerste qua bewezen reserves — en in beide gevallen weigerden leiders Amerikaanse oliebedrijven een dominante positie te geven.

In Irak was het voorwendsel “massavernietigingswapens”; in Venezuela zijn het beschuldigingen van dictatuur, drugshandel en mensenrechtenschendingen. Maar de echte aantrekkingskracht blijft de olie: meer dan 300 miljard vaten aan reserves.

Dit roept een fundamentele vraag op: is “democratie verspreiden” een doel op zich, of een comfortabel ideologisch dekmantel om controle over energiebronnen veilig te stellen en wereldmarkten te herschikken ten gunste van de Amerikaanse economie en multinationals?

In dit licht wordt Iraakse en Venezolaanse olie een spiegel die het ongepolijste gezicht toont van het Amerikaanse beleid van ‘democratie-export’: een gezicht waarin geopolitieke en economische belangen duidelijker zichtbaar zijn dan welke humanitaire slogan ook. Open vragen blijven bestaan over de rol van Rusland, China en Cuba, en de prijs die zij mogelijk hebben betaald voor niet-ingrijpen. Ook wordt aangenomen dat de Amerikaanse militaire helikopters die werden ingezet bij de Delta Force-landing, dezelfde zijn — na modernisering — als die gebruikt bij de operatie tegen Bin Laden in Pakistan.

De wereldwijde veroordelingen blijven zwak en betekenisloos; ze veranderen niets aan de realiteit. Onder Trump is Amerika een dominante macht geworden die iedereen vreest.

Tot slot werd de ware reden voor de aanval op Venezuela hardop uitgesproken door de commandant van het Amerikaanse Southern Command, generaal Laura Richardson, die zei:
“De focus van de Verenigde Staten in Latijns-Amerika ligt niet op democratie, maar op controle over olie, lithium, goud en zeldzame aardmetalen. Venezuela, met zijn enorme olie- en strategische hulpbronnen, is het belangrijkste doelwit van president Trump.”
En daarmee is het oordeel geveld.

Toen Washington besloot een staat te arresteren: Venezuela als voorbeeld

Mohammed al-Nasrawi

Om precies twee uur ’s nachts, lokale tijd in Caracas, was de stilte die over het Ávila-gebergte hing niets anders dan de rust vóór de storm die het gezicht van Latijns-Amerika voorgoed zou veranderen. Terwijl de stad verzonken lag in een door economische crises verzwaarde slaap, doorkliefden onbekende “spookvliegtuigen” op lage hoogte het luchtruim. Kort daarop volgde een reeks daverende explosies die de fundamenten van de militaire basis Fuerte Tiuna deden schudden.

In het hart van dit wazige tafereel voerde een elite-eenheid van Delta Force uit wat het Witte Huis later zou omschrijven als “de briljante operatie”. Het presidentieel paleis werd bestormd en president Nicolás Maduro werd samen met zijn echtgenote Cilia Flores onder schot afgevoerd naar een onbekende bestemming buiten de landsgrenzen. De wereld werd niet wakker met het nieuws van een interne militaire coup, maar met een korte, triomfantelijke post van president Donald Trump, waarin hij met theatrale trots de val van de “dictator” aankondigde en diens overbrenging naar de Amerikaanse justitie.

Het was een scène die herinneringen opriep aan het “cowboytijdperk” waarvan de internationale gemeenschap dacht dat het met het einde van de Koude Oorlog was begraven, maar dat vandaag terugkeert om te bewijzen dat brute macht nog steeds de belangrijkste motor is van het buitenlandse beleid in Washington.

Juridische rechtvaardigingen onder het vergrootglas

Wat in Caracas is gebeurd, gaat veel verder dan de arrestatie van een justitieel gezochte persoon. Het is een steek in het hart van het concept van nationale soevereiniteit waarop het Handvest van de Verenigde Naties sinds 1945 is gebaseerd. Washington, dat zich beroept op een aanklacht wegens “narcoterrorisme” uit 2020, heeft zichzelf vandaag tegelijk tot aanklager, rechter en beul benoemd. Daarbij negeert het volledig de diplomatieke kanalen en het internationaal recht, dat directe militaire interventies en het ontvoeren van staatshoofden verbiedt.

Deze Amerikaanse actie bevestigt een logica van “imperiale uitzondering”: de overtuiging dat de Amerikaanse rechtsmacht zich uitstrekt tot de slaapkamers van presidenten op andere continenten. Daarmee wordt elke leider die zich verzet tegen Amerikaans beleid een potentieel doelwit — niet alleen via sancties of politieke druk, maar via luchtlandingen en gedwongen ontvoeringen. Zo verandert het internationale systeem van een orde gebaseerd op verdragen in een mondiale jungle waarin alleen degene met vliegdekschepen en elite-eenheden regeert.

De schaduw van Noriega: de geschiedenis herhaalt zich in een nieuw jasje

Een ervaren waarnemer kan het beeld van de arrestatie van Maduro en zijn vrouw niet zien zonder terug te denken aan Operatie “Just Cause” in 1989, toen Amerikaanse troepen Panama binnenvielen om generaal Manuel Noriega te arresteren. Het enige verschil is dat technologie de misdaad vandaag “schoner” en sneller heeft gemaakt; de imperialistische kern is onveranderd gebleven.

In beide gevallen wordt “de strijd tegen drugs” gebruikt als moreel dekmantel voor het omverwerpen van een politiek systeem dat Washington onwelgevallig is. De nadruk op de arrestatie van presidentieel echtgenote Cilia Flores voegt een tragische menselijke dimensie toe, waarbij familie wordt ingezet als instrument van psychologische druk en politieke vernedering. Zelfs in de felste conflicten druist dit in tegen diplomatieke gebruiken. Het bevestigt dat de huidige Amerikaanse regering niet alleen een politieke tegenstander wil uitschakelen, maar de symboliek van de Venezolaanse staat wil breken en haar nationale trots wil vernederen — in het zicht van Latijns-Amerikaanse volkeren die elke “redder” die uit een Amerikaanse helikopter stapt met wantrouwen bekijken.

De geopolitiek van olie en bloed

Achter het vaandel van de “bevrijding van het Venezolaanse volk” gaan overduidelijke geopolitieke en economische belangen schuil. Venezuela, met ’s werelds grootste bewezen oliereserves, is altijd een doorn in het oog geweest van de Amerikaanse hegemonie op het westelijk halfrond. Het tijdstip van deze operatie, te midden van oplopende wereldwijde spanningen, wijst erop dat Washington heeft besloten zijn “achtertuin” met geweld veilig te stellen, om de energiestromen te garanderen en de groeiende Russische en Chinese invloed in Caracas in te dammen.

Maar deze “bliksemsnelle overwinning” kan uitmonden in een strategische nachtmerrie. De arrogante manier waarop Maduro is gearresteerd kan leiden tot een constitutioneel en veiligheidsvacuüm dat het land in een verwoestende burgeroorlog stort. Of het kan de Venezolaanse strijdkrachten — die inmiddels de noodtoestand hebben afgekondigd — aanzetten tot een langdurige guerrillastrijd tegen elke door Washington opgelegde machtsstructuur. In dat geval blijkt de vermeende “bevrijding” slechts de opmaat tot algehele vernietiging van het land en destabilisatie van de hele regio.

Het afbrokkelen van de internationale orde en de stilte van het graf

De ware schok ligt niet alleen in de Amerikaanse daad zelf, maar in het schrijnende internationale onvermogen om dit machtsmisbruik te stoppen. Terwijl Rusland en China de aanval veroordeelden als een “gewapende agressie”, bleven internationale instellingen zoals de Veiligheidsraad verlamd door het voldongen feit dat door Amerikaanse militaire macht werd opgelegd.

Deze stilte zendt een duidelijke boodschap uit: internationaal recht is slechts inkt op papier wanneer de enige supermacht besluit het te negeren, en staatssoevereiniteit biedt geen bescherming meer. We bevinden ons op een historisch kantelpunt, waarin diplomatie wordt vervangen door “speciale operaties” en dialoog door ontvoering. Dit luidt het einde in van het tijdperk van internationale ordening en het begin van een tijdperk van “georganiseerde chaos”, geleid door een ruw pragmatisme dat geen rekening houdt met moraal of recht. Het slachtoffer is hier niet Maduro als persoon, maar het idee van de staat zelf, die is verworden tot een prooi van een “wereldpolitie” die beslist wanneer en hoe leiders overzee ten val worden gebracht.

Een horizon van onzekerheid: Caracas wacht op de storm

Terwijl de familie Maduro zich nu op een onbekende locatie bevindt, in afwachting van een rechtszaak in Miami of Washington, kijken de straten van Caracas gespannen uit naar wat de komende uren zullen brengen: woede of berusting. Met deze daad heeft de Verenigde Staten niet alleen een regime omvergeworpen, maar ook de zaden geplant van een historische haat die generaties lang in Latijns-Amerika zal voortleven tegen de “Yankee” die geen aarzeling kent om huizen en landen te schenden om zijn doelen te bereiken.

De gok dat de arrestatie van de leider de crisis zal beëindigen, is naïef en negeert de complexiteit van de Venezolaanse realiteit. De crisis reikt veel verder dan de persoon van de president. De buitenlandse interventie heeft een nationale wond geslagen die niet snel zal helen. Deze dag, 3 januari 2026, zal in het collectieve geheugen gegrift blijven als bewijs van de hoogmoed van macht die weigert van de geschiedenis te leren, en als onweerlegbaar teken dat de “Amerikaanse droom” de wereld tegenwoordig vooral nog raketten en handboeien exporteert.

Van de illusie van internationale legitimiteit naar de realiteit van het recht van de sterkste

De Verenigde Staten hebben een lange geschiedenis van het schenden van de soevereiniteit van staten en van de immuniteit die aan presidenten wordt verleend. Dat gebeurde onder meer in Panama in 1989, toen president Noriega werd gearresteerd op beschuldiging van drugshandel; in Chili in 1973 tegen de linkse, democratisch gekozen president Salvador Allende; en in Libië, toen Amerikaanse vliegtuigen onder president Reagan het huis van Muammar al-Qadhafi bombardeerden. De VS bezetten bovendien Irak en Afghanistan, bombardeerden Iran in 2025, en recentelijk werd ook de soevereiniteit van Venezuela geschonden met de arrestatie van president Maduro en zijn echtgenote.

Sterker nog, president Trump en de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie dreigden tijdens een persconferentie, enkele uren na de arrestatie van Maduro, dat Washington zou kunnen herhalen wat het in Venezuela heeft gedaan in andere landen, zoals Colombia en Iran, en hij zinspeelde zelfs op Rusland.

Het bleef niet beperkt tot het schenden van de soevereiniteit van staten onder verschillende voorwendselen, zoals terrorisme of drugshandel. Washington heeft zijn minachting voor het internationaal recht, internationale legitimiteit en internationale organisaties nooit verborgen. Dat bleek onder meer uit de houding tegenover UNESCO en het Internationaal Strafhof, waarop de VS in een historisch precedent sancties oplegden. Ook stond Washington in de Verenigde Naties vaak alleen tegenover vrijwel alle landen ter wereld, ter verdediging van Israël en diens schendingen van het internationaal recht.

Dit is geen nieuwe houding van de huidige Amerikaanse regering of van haar voorgangers. In 2001 nam ik deel aan een politieke bijeenkomst in een hotel in Gaza. Een van de deelnemers was Robert Malley, destijds vertegenwoordiger van de Amerikaanse regering in het vredesproces. In zijn toespraak stelde hij dat Washington de enige referentie was voor het vredesproces. Ik vroeg hem toen: waar blijft de internationale legitimiteit en haar resoluties? Zijn antwoord, openlijk en voor het publiek, was: “Jullie moeten de internationale legitimiteit vergeten.”

Tijdens de oorlog van vernietiging en etnische zuivering in Palestina, waaraan Washington met al zijn macht deelnam, werd Trump erop gewezen dat zijn plannen voor de Gazastrook – met betrekking tot de verdrijving van Palestijnen en de vorming van een bestuursorgaan onder zijn voorzitterschap – in strijd zijn met de internationale legitimiteit. Zijn antwoord was dat dit de legitimiteit van de Verenigde Staten is: met andere woorden, de legitimiteit van de sterkste.

We staan dus voor een systematisch en voortgezet proces door Washington en Tel Aviv om de fundamenten en referentiekaders te veranderen die sinds de Vrede van Westfalen in 1648 en later met de oprichting van de Verenigde Naties in 1945 zijn vastgelegd. Men verschuift van het recht en het internationaal recht naar de “wet van de jungle” ofwel het recht van de sterkste. In werkelijkheid, los van het juridische en morele discours over internationale legitimiteit en internationaal recht, zijn de betrekkingen tussen staten altijd gebaseerd geweest op de realistische theorie van macht, machtsbalans en belangen. Internationaal recht en internationale legitimiteit waren vaak slechts een afleiding voor kleine staten, of werden toegepast zolang ze niet botsten met de belangen van grootmachten.

Wat de Palestijnse kwestie betreft, wordt elk internationaal aspect systematisch uitgewist en worden alle resoluties van de Verenigde Naties genegeerd. De meest recente stappen van Washington en Tel Aviv in dit kader zijn pogingen om het werk van de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) en andere internationale organisaties die in Palestina actief zijn, te ondermijnen en buiten spel te zetten.

De wereld om ons heen verandert, en de meeste veranderingen zijn niet in het voordeel van de Arabieren. We moeten begrijpen wat er gebeurt, of we het nu prettig vinden of niet. Volgens de wetten van het universum zijn het de sterken en de verstandigen die de geschiedenis maken.

Na deze lange geschiedenis van minachting voor de Verenigde Naties en het internationaal recht, en na de erkenning door president Trump dat er geen legitimiteit boven die van de Verenigde Staten staat, rijst de vraag: wat rechtvaardigt het voortbestaan van het hoofdkwartier van de Verenigde Naties en andere internationale organisaties in de Verenigde Staten? En is er nog enige geloofwaardigheid over van Trumps discours over vrede, laat staan van zijn streven naar de Nobelprijs voor de Vrede?

Ibrahim Abrash

Lichaam vermiste verstandelijk gehandicapte man (19) gevonden bij Helmond

De politie heeft zaterdagmiddag het lichaam van een vermiste man gevonden in het water in Helmond. De politie sluit een misdrijf uit. De verstandelijk gehandicapte Mick verliet zijn ouderlijk huis in Helmond in de nacht van donderdag op vrijdag en was sindsdien vermist.

De politie zei eerder al geen aanwijzingen te hebben voor een misdrijf. “Het onderzoek is afgerond”, meldt ze op X. De politie roept mensen op de afbeelding van de jongen te verwijderen als zij die hebben verspreid.

In de zoektocht naar de vermiste Mick werd rond 14.30 uur een lichaam gevonden in het water van het kanaal langs de Rochadeweg in Helmond. Later op de dag werd het geïdentificeerd als het lichaam van de vermiste man.

Sinds zijn vermissing werd er onder meer naar hem gezocht door de mobiele eenheid van de politie, het Veteranen Search Team en honden van de Stichting Inzet reddingshond Nederland.

Bron: https://www.nu.nl/binnenland/6381478/lichaam-vermiste-verstandelijk-gehandicapte-man-19-gevonden-bij-helmond.html

Dochter Victoria (34) van acteur Tommy Lee Jones dood aangetroffen in hotel

Victoria Jones, de dochter van acteur Tommy Lee Jones, is op Nieuwjaarsdag dood gevonden in een hotelkamer in San Francisco. De doodsoorzaak is nog niet bekend, melden Amerikaanse media als People en TMZ.

De brandweer kwam voor een “medisch noodgeval” rond 3.00 uur ’s ochtends ter plaatse bij het Fairmont San Francisco-hotel. De hulpdiensten meldden dat de 34-jarige Jones ter plekke is overleden. Naar de doodsoorzaak wordt onderzoek gedaan. De politie denkt niet dat Jones om het leven is gekomen door een misdrijf.

De dochter van de Hollywood-acteur verscheen in 2002, samen met haar vader, in de film Men in Black II. Ook was ze te zien in The Three Burials of Melquiades Estrada uit 2005, geregisseerd door haar 79-jarige vader. Na twee andere kleine bijrollen stopte Jones met acteren.

Tommy Lee Jones is naast Men In Black bekend van rollen in onder meer The Fugitive (1993) en No Country For Old Men (2007).

Bron: https://www.nu.nl/film/6381324/dochter-victoria-34-van-acteur-tommy-lee-jones-dood-aangetroffen-in-hotel.html

Gestoorde Amsterdammers reageren op doodgeschoten tieners park Nieuw-West

De twee jongens die gisteravond laat werden doodgeschoten in een park in Amsterdam Nieuw-West verbleven allebei in een asielzoekerscentrum. Dat bevestigt de politie na berichtgeving van Het Parool.

Volgens Het Parool speelt er mogelijk een breder conflict op de achtergrond. Ingewijden melden aan de krant dat de schietpartij te maken heeft met een conflict tussen jongeren uit Syrië en Spaans sprekende jongeren met een Zuid-Amerikaanse achtergrond. De politie kan daar nog geen uitspraken over doen.

Gisteravond rond 23.45 uur vond op een brug in het Piet Wiedijkpark een schietpartij plaats. Beide jongens, van 16 en 18, zijn na de schietpartij gereanimeerd, maar dat mocht niet meer baten.

Een getuige van de schietpartij vertelt aan de NOS dat hij meteen wist dat het niet om vuurwerk ging. “Het was duidelijk schieten. Dat had ik meteen door. Ik liep hier met de hond en hoorde zes of zeven kogels afgevuurd worden.”

De getuige heeft de hulpdiensten gebeld en bleef bij de jongen die onder het bloed op de brug lag. “Ze kwamen maar niet. Maar toen zag ik dat ze aan de andere kant iemand aan het reanimeren waren. Ik zeg tegen die agent: ‘Jongens, d’r ligt er nog eentje hoor.'”

Erg onder de indruk van de schietpartij is de Amsterdammer niet. “Ik vind het vooral heel erg voor de nabestaanden.” De man vertelt dat er vaak klachten binnenkomen over het park. “Hangjongeren, afval en oude mensen die worden uitgescholden. En als je er dan wat van zegt, heb je binnen drie seconden zes man om je heen.”

Een andere bezoeker die regelmatig met zijn hond door het park loopt, is ook niet erg onder de indruk van de schietpartij. “Het wordt steeds erger. Het gebeurt overal, in heel Amsterdam. Mensen kijken er gewoon niet meer van op”, zegt de man nuchter.

Maar een fijn gevoel krijgen de bezoekers er zeker niet van. “Dit is niet normaal meer”, beamen ze beiden. Het park vermijden, daar denken ze niet aan. “Dat ga ik niet doen, dan kan je nergens meer lopen. Het gebeurt overal”, zegt de man die regelmatig met zijn hond een rondje loopt in het Piet Wiedijkpark.

“Krijg je een kogeltje, dan heb je ‘m verdiend. Zo denk ik er maar over”, concludeert de man.

Er zijn nog geen aanhoudingen verricht. De politie onderzoekt of er een of meerdere verdachten betrokken zijn bij de schietpartij.

Bron: https://nos.nl/artikel/2596771-doodgeschoten-tieners-amsterdam-verbleven-in-azc-mogelijk-sprake-van-breed-conflict

Update, 24 februari 2026:

Politie: Syrische tieners in Amsterdam mogelijk willekeurig doodgeschoten

De twee Syrische tieners die op nieuwjaarsdag werden doodgeschoten in een park in Amsterdam, waren mogelijk willekeurige slachtoffers. Dat meldt de politie. Het is een van de scenario’s waarmee het onderzoeksteam rekening houdt.

Het Piet Wiedijkpark is vandaag opnieuw onderzocht, onder meer omdat het gebruikte vuurwapen nog altijd niet is gevonden.

Eerder werd onder meer door Het Parool gesproken over een mogelijk ‘breder conflict’ tussen Syrische en Spaanssprekende jongeren met een Latijns-Amerikaanse achtergrond. Maar de Amsterdamse politie denkt nu dat de tieners op de “verkeerde tijd op de verkeerde plek” waren. Andere scenario’s, zoals een conflict, worden nog niet volledig uitgesloten.

De twee jongens van 16 en 18 jaar werden op nieuwjaarsdag zwaargewond in het park aangetroffen door de hulpdiensten, na meldingen bij de alarmcentrale. Hulp mocht niet meer baten: beide slachtoffers overleden ter plaatse aan hun verwondingen. Een derde jongen die bij hen was, wist te ontkomen.

Beide jongens verbleven in een opvanglocatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in Amsterdam.

Op 20 januari heeft de politie een 25-jarige man uit Amsterdam aangehouden die wordt verdacht van het doodschieten van beide jongens. Hij is al voorgeleid aan de rechter-commissaris en de raadkamer heeft besloten dat hij in ieder geval nog negentig dagen in voorarrest blijft.

De politie zegt nog steeds graag in contact te komen met mensen die mogelijk iets weten of gezien hebben. Dat kan bijvoorbeeld ook komen van videobeelden door beveiligingscamera’s in de buurt of videodeurbellen.

Bron: https://nos.nl/artikel/2603842-politie-syrische-tieners-in-amsterdam-mogelijk-willekeurig-doodgeschoten

Dodental brand Crans-Montana kan nog flink stijgen: alcohol en vuurwerk liggen aan de basis van de ramp

Het overgrote deel van de mensen die bij nieuwjaarsbrand in Crans-Montana gewond raakten, is in levensgevaar. Van 80 tot 100 procent is de toestand kritiek, zei de directeur Stéphane Ganzer van de veiligheidsregio in het gebied tegen de Franse radiozender RTL.

“We weten dat bij gewonden die derdegraads brandwonden over ongeveer 15 procent van het lichaam hebben, de kans bestaat dat ze binnen uren of dagen sterven”, ging hij verder. Bij de brand zijn ongeveer 115 mensen gewond geraakt. Alleen al in een ziekenhuis in Lausanne liggen dertien slachtoffers van wie het lichaamsoppervlak voor meer dan 60 procent is verbrand.

De brand heeft tot dusver aan ongeveer 40 mensen het leven gekost. Hij is mogelijk ontstaan door het afsteken van zogenoemde ijsfonteinen. De Franse tv-zender BFMTV heeft twee foto’s gepubliceerd waarop mensen te zien zijn die champagneflessen met brandende fonteinen omhoog houden.

Op een van die foto’s is te zien dat het plafond daarboven vlam vat. Het vuur verspreidde zich razendsnel. Dat wijst erop dat er mogelijk brandbaar materiaal in het plafond zat. Duidelijk is dat het vuur zich in zeer korte tijd verspreidde.

De brand brak rond 01.30 uur uit in de kelder van Le Constellation. De beginnende brand veranderde vrijwel onmiddellijk in een vuurzee. Volgens getuigen was er maar één trap naar boven waarlangs de bezoekers konden ontsnappen.

De Nederlandse Stefan woont al bijna zijn hele leven in Crans-Montana. “Ik was een vaste klant”, zegt hij. “Het was echt een plek waar jongeren tussen de 18 en 22 jaar naartoe gingen. Iedereen van onze leeftijd kwam daar.”

Hij was er zelf nog op oudjaarsdag om met zijn vrienden zijn verjaardag te vieren. “Een dag voor Nieuwjaar ben ik jarig en toen hebben we er ook nog gezeten. Dus het is echt heftig om het zo te zien. En dan ga je wel denken, woh. Als ik nog een extra bacootje had besteld zat ik daar ook nog.”

Stefan bevestigt dat er maar één uitweg uit de kelder was. Die uitweg was de trap die naar de begane grond leidde. “Als je driehonderd man via een trap moet evacueren is dat heel moeilijk. Je weet niet hoe het is gebeurd, hoe de mensen hebben gereageerd. Er is natuurlijk paniek.”

“Dit is een nationale ramp voor Zwitserland en het kanton Wallis”, zegt Edmond Cocquyt uit Gent. Hij komt al 30 jaar in Crans-Montana en was er gisteren ook, met zijn gezin. Ze hadden een appartement gehuurd tegenover het café.

“Ik kwam juist van een ander café en zag de lijken op straat liggen. Dat was voor mijn deur en daar zag ik de witte lakens van de dode mensen en de aluminiumdekens van mensen die brandwonden hadden. Er was totale chaos. Je zag mensen van wie vingers ontbraken. Mensen die volledig verbrand waren. Wat het ergste was, was het schreeuwen. Het schreeuwen van jonge meisjes van de pijn op het moment dat ze op brancards werden geheven Dat schreeuwen ging door merg en been. En het duurde maar en duurde maar, uren aan een stuk.”

Ook Cocquyt zegt dat er vanuit de kelder maar een trap naar boven was. “Er was maar een uitgang en dat is vrij bizar. Zwitserland stelt hoge eisen aan alles. Dat ze zoiets hebben toegelaten is vrij bizar. In België moet een keldercafé altijd uit twee uitgangen hebben. Waarschijnlijk is dat in Zwitserland ook zo maar is er iets misgegaan. Ze gaan dat op het bot onderzoeken. Ze willen weten wat er hier gebeurd is en wie er schuldig is.”

Cocquyt hoorde dat in Zwitserland champagne, cava of spumanten vaker met vuurwerk wordt geserveerd. “Zwitserland is ongelofelijk duur. Dus als je dan champagne koopt per fles à 200-300 euro, dan krijg je daar wat vuurwerk bij. En schijnbaar heeft dat de brand veroorzaakt.

De drie Nederlandse brandwondencentra – in Beverwijk, Rotterdam en Groningen – hebben Zwitserland hulp aangeboden om slachtoffers van de cafébrand in Crans-Montana op te vangen.

Zwitserland is nog niet op het Nederlandse aanbod ingegaan. “De Zwitsers bekijken of het nodig is om van het aanbod gebruik te maken”, zegt Eelke Bosma van het Brandwondencentrum in Groningen.

Toch is besloten om vast met voorbereidingen te beginnen. “Omdat er zo veel slachtoffers zijn, is het al vrij snel zo dat de capaciteit voor medische zorg wordt overspoeld. Dus hebben we gisteren geïnventariseerd hoe veel patiënten we kunnen overnemen zonder de acute capaciteit voor de Nederlandse zorg in gevaar te brengen.”

De inventarisatie heeft opgeleverd dat er zes bedden beschikbaar zijn voor de slachtoffers in Zwitserland. Bosma vindt het logisch dat Zwitserland eerst naar de omringende landen kijkt, ook vanwege de reisafstand. “Waar het ons om gaat is dat deze patiënten de best mogelijke zorg krijgen. Dus als wij een bijdrage kunnen leveren doen we dat graag.”

President Macron zegt dat Franse ziekenhuizen gewonden zullen opnemen. Zeker zes Fransen raakten gewond, acht worden er nog vermist. De kans is groot dat ze zijn omgekomen. De identificatie van de doden verloopt moeizaam, omdat veel van hen volledig zijn verbrand. DNA- en gebitsonderzoek moet uitwijzen wie ze zijn.

Er worden ook nog zes Italianen vermist. Dertien van hun landgenoten liggen in het ziekenhuis. De eerste dode van wie de identiteit bekend is gemaakt, is de 16-jarige Emanuele Galeppini, een talentvolle golfer. De Italiaanse Golffederatie maakte zijn overlijden bekend.

Veertien gewonden zijn naar Polen overgebracht. België vangt vier gewonden op. Voor zover bekend zijn er geen Nederlanders omgekomen of gewond geraakt.

In Zwitserland is voor vijf dagen nationale rouw afgekondigd.

Bron: https://nos.nl/artikel/2596745-van-overgrote-deel-gewonden-brand-crans-montana-is-toestand-kritiek